|
10.4.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 112/15 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte di Appello di Torino (Italië) op 2 januari 2017 — Petronas Lubricants Italy SpA/Livio Guida
(Zaak C-1/17)
(2017/C 112/24)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Corte di Appello di Torino
Partijen in het hoofdgeding
Appellante: Petronas Lubricants Italy SpA
Geïntimeerde: Livio Guida
Prejudiciële vragen
|
1) |
Biedt artikel 20, lid 2, van verordening nr. 44/2001 een werkgever die op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie is gevestigd en die door een voormalig werknemer is gedagvaard voor de rechter van de lidstaat waarin hij zijn woonplaats heeft (in de zin van artikel 19 van de verordening), de mogelijkheid om bij dezelfde rechter als die waarbij de oorspronkelijke vordering is ingediend een tegenvordering tegen de werknemer in te dienen? |
|
2) |
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, impliceert artikel 20, lid 2, van verordening nr. 44/2001 ook de bevoegdheid van de rechter bij wie de oorspronkelijke vordering is ingediend in het geval waarin de door de werkgever ingediende tegenvordering geen betrekking heeft op een schuld die bij hemzelf is ontstaan, maar bij een andere persoon (dat wil zeggen de werkgever van diezelfde werknemer op basis van een parallelle arbeidsovereenkomst), en de tegenvordering is gebaseerd op een akte van cessie, gesloten tussen de werkgever en de persoon die de oorspronkelijk schuldeiser was, en wel na de indiening van de oorspronkelijke vordering door de werknemer? |