ARREST VAN HET HOF (Tiende kamer)

20 september 2018 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Verordening (EEG) nr. 2658/87 – Douane-unie en gemeenschappelijk douanetarief – Tariefindeling – Gecombineerde nomenclatuur – Onderverdelingen 85287113 en 85287190 – Toestel dat kan worden gebruikt voor de ontvangst, afstelling en verwerking van televisiesignalen die rechtstreeks worden overgebracht via internetprotocoltelevisie”

In zaak C‑555/17,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Østre Landsret (rechter in tweede aanleg voor het oosten van Denemarken) bij beslissing van 18 september 2017, ingekomen bij het Hof op 22 september 2017, in de procedure

2M-Locatel A/S

tegen

Skatteministeriet,

wijst

HET HOF (Tiende kamer),

samengesteld als volgt: E. Levits, kamerpresident, A. Borg Barthet (rapporteur) en F. Biltgen, rechters,

advocaat-generaal: E. Sharpston,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

2M-Locatel A/S, vertegenwoordigd door T. Gønge en S. E. Holm, advokater,

de Deense regering, vertegenwoordigd door J. Nymann-Lindegren als gemachtigde, bijgestaan door B. Søes Petersen, advokat,

de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A. Caeiros en S. Maaløe als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van postonderverdeling 85287113 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”), die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006 (PB 2006, L 301, blz. 1).

2

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen 2M-Locatel A/S en het Skatteministerium (ministerie van Belastingen en Accijnzen, Denemarken) over de tariefindeling van toestellen die kunnen worden gebruikt voor de ontvangst, afstelling en verwerking van televisiesignalen die rechtstreeks worden overgebracht via internetprotocoltelevisie (hierna: „IPTV-settopboxen”).

Toepasselijke bepalingen

GATT van 1994 en ITA

3

De Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (PB 1994, L 336, blz. 11; hierna: „GATT van 1994”) en met name het memorandum van overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel II, lid 1, onder b), van de GATT van 1994 maken deel uit van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die is ondertekend te Marrakesh op 15 april 1994 en is goedgekeurd bij besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986‑1994) voortvloeiende overeenkomsten (PB 1994, L 336, blz. 1).

4

De Overeenkomst inzake de handel in informatietechnologieproducten – die bestaat uit de tijdens de eerste conferentie van de WTO op 13 december 1996 te Singapore aangenomen ministeriële verklaring inzake de handel in informatietechnologieproducten alsook uit de bijlagen en aanhangsels bij deze verklaring (hierna: „ITA”) – en de mededeling betreffende de uitvoering daarvan zijn namens de Gemeenschap goedgekeurd bij besluit 97/359/EG van de Raad van 24 maart 1997 betreffende afschaffing van de rechten op informatietechnologieproducten (PB 1997, L 155, blz. 1). In punt 1 van de ITA wordt gepreciseerd dat de handelsregeling van iedere partij zodanig dient te worden aangepast dat de mogelijkheden voor markttoegang voor informatietechnologieproducten worden uitgebreid.

5

Krachtens punt 2 van de ITA moet elke partij de douanerechten en andere rechten en heffingen van welke aard dan ook in de zin van artikel II, lid 1, onder b), van de GATT van 1994 voor bepaalde producten – waaronder „settopboxen met communicatiefunctie: toestellen gestuurd door een microprocessor, uitgerust met een ingebouwd modem voor toegang tot het internet en een functie voor interactieve informatie-uitwisseling” – consolideren en afschaffen.

Unierecht

De GN

6

De tariefindeling van goederen die in de Europese Unie worden ingevoerd, wordt geregeld door de GN, die gebaseerd is op het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, is opgesteld door de Werelddouaneorganisatie (WDO) en is ingevoerd bij het op 14 juni 1983 te Brussel gesloten Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, dat met het daarbij behorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 namens de Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB 1987, L 198, blz. 1).

7

De GN neemt de posten en de onderverdelingen van het geharmoniseerde systeem tot zes cijfers over, waarbij alleen het zevende en het achtste cijfer eigen onderverdelingen van de GN vormen.

8

Het eerste deel van de GN bevat een reeks inleidende bepalingen. In titel I van dit deel, waarin de algemene regels zijn neergelegd, bepaalt afdeling A, met als opschrift „Algemene regels voor de interpretatie van de [GN]”, het volgende:

„Voor de indeling van goederen in de [GN] gelden de volgende bepalingen.

1.

De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels.

[...]

6.

Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”

9

Het tweede deel van de GN is onderverdeeld in 21 afdelingen. Afdeling XVI („Machines, toestellen en elektrotechnisch materieel, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of weergeven van geluid, voor het opnemen of weergeven van beelden of geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen”) bestaat uit de hoofdstukken 84 en 85 van de GN. Hoofdstuk 85, met als opschrift „Elektrische machines, apparaten, uitrustingsstukken, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, toestellen voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen”, betreft de posten 8501 tot en met 8548 van de GN.

10

Post 8528 van de GN heeft de volgende structuur:

„8528

Monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor televisie; ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden:

 

 

[...]

 

 

– Ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of een toestel voor het opnemen of het weergeven van geluid of van beelden

 

8528 71

– – niet ontworpen om een beeldscherm of een videoscherm te bevatten:

 

 

– – – videotuners

 

8528 71 11

– – – elektronische assemblages voor inbouw in een automatische gegevensverwerkende machine

vrij

8528 71 13

– – – – toestellen gestuurd door een microprocessor, uitgerust met een ingebouwde modem voor toegang tot het internet, een functie voor interactieve informatie-uitwisseling en de mogelijkheid tot ontvangst van televisiesignalen (‚settopboxen met communicatiefunctie’)

vrij

8528 71 19

– – – –

14

8528 71 90

– – – andere.

14”

Toelichtingen op de GN

11

Overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), tweede streepje, van verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 254/2000 van de Raad van 31 januari 2000 (PB 2000, L 28, blz. 16), stelt de Europese Commissie toelichtingen op de GN op, die zij regelmatig bekendmaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

12

In de toelichtingen die op 28 februari 2006 zijn bekendgemaakt (PB 2006, C 50, blz. 1), wordt met betrekking tot de onderverdelingen 85281290 tot en met 85281295 van de GN in de versie die voortvloeit uit verordening (EG) nr. 1810/2004 van de Commissie van 7 september 2004 (PB 2004, L 327, blz. 1), het volgende gepreciseerd:

„videotuners

Deze toestellen bevatten selectiekringen waarmee op een bepaald kanaal of een bepaalde draaggolffrequentie kan worden afgestemd en demodulatieschakelingen. Ze zijn in het algemeen ontworpen om te werken met een antenne of een gemeenschappelijke antenne (distributie met HF-kabel). Het aan de uitgang verkregen signaal kan worden gebruikt als ingangssignaal voor videomonitors of voor een video-opname- en videoweergaveapparaat. Het gaat in feite om het originele camerasignaal, vóór de modulatie van de zender.

Soms zijn deze toestellen tevens uitgerust met decodeerinrichtingen (kleur) en/of afscheidingsschakelingen voor de synchronisatie.”

13

De op 7 mei 2008 bekendgemaakte toelichtingen op de GN (PB 2008, C 112, blz. 8) hebben betrekking op de onderverdelingen 85287113 tot en met 85287190 van de GN. Zij luiden als volgt:

„85287113 [...]

– Deze onderverdeling omvat toestellen zonder scherm, zogenoemde settopboxen met communicatiefunctie, bestaande uit de volgende hoofdcomponenten:

[...]

– een videotuner.

De aanwezigheid van een RF-connector is een indicatie dat een videotuner aanwezig kan zijn;

– een modem.

Modems moduleren en demoduleren uitgaande en inkomende gegevenssignalen. Dit maakt tweerichtingscommunicatie mogelijk om toegang te krijgen tot het internet. Voorbeelden van dergelijke modems zijn: V.34-, V.90-, V.92-, DSL- of kabelmodems. [...]

Toestellen die een zelfde functie als die van een modem vervullen maar die geen signalen moduleren en demoduleren worden niet aangemerkt als zijnde modems. Voorbeelden van dergelijke toestellen zijn ISDN-, WLAN- of Ethernet-apparaten. [...]

[...]

Settopboxen waarin een apparaat is ingebouwd dat een opname- of weergavefunctie uitvoert (bijvoorbeeld een harde schijf of een DVD-station) vallen niet onder deze onderverdeling (onderverdeling 85219000).

[...]

85287190 [...]

– Deze onderverdeling omvat toestellen zonder beeldscherm die ontvangtoestellen voor televisie zijn waarin echter geen videotuner is ingebouwd (bijvoorbeeld zogenoemde IP-streaming boxes).”

14

In de op 30 mei 2008 bekendgemaakte toelichtingen op de GN (PB 2008, C 133, blz. 1) wordt met betrekking tot de onderverdelingen 85287111 tot en met 85287119 van de GN het volgende gepreciseerd:

„Deze onderverdelingen omvatten toestellen waarin een videotuner is ingebouwd die hoogfrequente televisiesignalen omzet in signalen die kunnen worden gebruikt door video-opname- en videoweergavetoestellen of door monitors.

Deze toestellen bevatten selectiekringen waarmee op een bepaald kanaal of een bepaalde draaggolffrequentie kan worden afgestemd en demodulatieschakelingen. Ze zijn in het algemeen ontworpen om te werken met een antenne of een gemeenschappelijke antenne (distributie met HF-kabel). Het aan de uitgang verkregen signaal kan worden gebruikt als ingangssignaal voor monitors of voor een video-opname- en videoweergaveapparaat. Het gaat in feite om het originele camerasignaal, vóór de modulatie van de zender.

Soms zijn deze toestellen tevens uitgerust met decodeerinrichtingen (kleur) en/of afscheidingsschakelingen voor de synchronisatie.”

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

15

2M-Locatel heeft in de periode tussen 21 oktober 2007 en 8 juli 2010 IPTV-settopboxen ingevoerd uit China. Deze settopboxen kunnen niet worden gebruikt voor de ontvangst, afstelling en verwerking van televisiesignalen die worden overgebracht door middel van een zendmast, netwerk voor kabeltelevisie of satelliet.

16

De IPTV-settopboxen bevatten een ethernetapparaat en tussen partijen in het hoofdgeding is niet in geschil dat die settopboxen zijn uitgerust met een „modem” in de zin van de GN.

17

2M-Locatel heeft het in het hoofdgeding aan de orde zijnde goed bij de invoer ervan aangegeven als een goed dat onder postonderverdeling 85287113 van de GN valt, zodat het met vrijstelling van douanerechten in het vrije verkeer is gebracht.

18

De Deense belasting- en douanedienst was van mening dat het bovengenoemde goed moest worden ingedeeld in onderverdeling 85287190 van de GN, op grond dat het niet was uitgerust met een videotuner in de zin van de GN, en heeft op 20 oktober 2010 een navorderingsaanslag opgelegd waarbij ter zake van de invoer van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde IPTV-settopboxen achteraf douanerechten werden ingevorderd tegen het tarief van 14 %, vermeerderd met rente.

19

Nadat 2M-Locatel administratief beroep had ingesteld bij de Landsskatteret (hoogste bestuurlijke instantie voor fiscale aangelegenheden, Denemarken), heeft deze bij besluit van 15 mei 2014 het besluit van de Deense belasting- en douanedienst gewijzigd en het bevel tot invordering nietig verklaard op grond dat die IPTV-settopboxen onder postonderverdeling 85287113 van de GN vielen.

20

Het door het ministerie van Belastingen en Accijnzen tegen het besluit van de Landsskatteret ingestelde beroep is toegewezen bij vonnis van de byret, Ret i Glostrup (rechter in eerste aanleg Glostrup, Denemarken) van 15 juli 2015.

21

2M-Locatel heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter.

22

Tussen partijen in het hoofdgeding is niet in geschil dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde IPTV-settopboxen beantwoorden aan de omschrijving die overeenkomt met onderverdeling 85287113 van de GN. Tevens zijn zij het erover eens dat de Unie krachtens de GATT van 1994 en de ITA verplicht is om af te zien van de heffing van douanerechten over settopboxen met een communicatiefunctie, zoals het product dat in het hoofdgeding aan de orde is.

23

Volgens de verwijzende rechter betreft het geschil tussen partijen in het hoofdgeding de vraag of de bovengenoemde IPTV-settopboxen moeten worden geacht te zijn uitgerust met een „videotuner” in de zin van de GN.

24

Aangezien dit begrip niet wordt gedefinieerd in de GN of in de toelichtingen daarop, heeft de Østre Landsret (rechter in tweede aanleg voor het oosten van Denemarken) de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:

„Moeten in de [GN],

a)

de rubriek ‚videotuners’ van post 8528,

b)

onderverdeling 85287113 en

c)

onderverdeling 85287190

aldus worden uitgelegd dat een goed dat beantwoordt aan de bij onderverdeling 85287113 horende omschrijving en dat in staat is om livetelevisiesignalen die door middel van internettechnologie worden overgebracht, te ontvangen, af te stellen en te verwerken, maar niet om livetelevisiesignalen te ontvangen, af te stellen en te verwerken die worden overgebracht door middel van een zendmast, netwerk voor kabeltelevisie of satelliet, moet worden ingedeeld in onderverdeling 85287113, in onderverdeling 85287190 of in nog een andere postonderverdeling?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag

25

Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of de GN aldus moet worden uitgelegd dat toestellen als de in het hoofdgeding aan de orde zijnde IPTV-settopboxen onder postonderverdeling 85287113 dan wel onder postonderverdeling 85287190 van de GN vallen.

26

Vooraf zij beklemtoond dat wanneer aan het Hof een prejudiciële vraag wordt voorgelegd op het gebied van de tariefindeling, het tot taak heeft de nationale rechter de criteria aan te reiken aan de hand waarvan hij de betreffende producten correct in de GN kan indelen, maar niet om zelf deze indeling te verrichten, temeer daar het Hof niet altijd beschikt over alle daartoe noodzakelijke gegevens. Zo is de verwijzende rechter in ieder geval beter toegerust voor de tariefindeling in kwestie (arrest van 12 april 2018, Medtronic, C‑227/17, EU:C:2018:247, punt 33).

27

Volgens vaste rechtspraak van het Hof moet het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen, met het oog op het waarborgen van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, in de regel worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de betreffende GN-post en van de aantekeningen op de afdelingen of hoofdstukken van de GN zijn omschreven (zie met name arresten van14 april 2011, British Sky Broadcasting Group en Pace, C‑288/09 en C‑289/09, EU:C:2011:248, punt 60, en 22 november 2012, Digitalnet e.a., C‑320/11, C‑330/11, C‑382/11 en C‑383/11, EU:C:2012:745, punt 27).

28

Volgens de algemene regels voor de interpretatie van de GN zijn voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en van de aanvullende aantekeningen alsook van de aantekeningen op de afdelingen of hoofdstukken, terwijl de tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden.

29

Voorts zijn de door de Commissie uitgewerkte toelichtingen op de GN weliswaar rechtens niet bindend, maar zijn zij belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (zie met name arresten van 14 april 2011, British Sky Broadcasting Group en Pace, C‑288/09 en C‑289/09, EU:C:2011:248, punt 63, en 22 november 2012, Digitalnet e.a., C‑320/11, C‑330/11, C‑382/11 en C‑383/11, EU:C:2012:745, punt 33).

30

In casu heeft postonderverdeling 852871 van de GN betrekking op ontvangtoestellen voor televisie die niet zijn ontworpen om een beeldscherm of een videoscherm te bevatten.

31

In die postonderverdeling wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds „videotuners”, waarop de onderverdelingen 85287111, 85287113 en 85287119 van de GN van toepassing zijn, en anderzijds de categorie „andere”, die onder onderverdeling 828 71 90 van de GN valt. Aangezien laatstgenoemde onderverdeling een restcategorie betreft, is zij van toepassing op ontvangtoestellen voor televisie die niet zijn uitgerust met een „videotuner”.

32

In dit verband dient te worden gepreciseerd dat de termen „ontvangst via videotuner” en „ontvangst van televisiesignalen” naar dezelfde begrippen verwijzen (arrest van 22 november 2012, Digitalnet e.a., C‑320/11, C‑330/11, C‑382/11 en C‑383/11, EU:C:2012:745, punt 29).

33

In het hoofdgeding staat niet ter discussie dat de IPTV-settopboxen televisiesignalen kunnen ontvangen. Daarentegen zijn 2M-Locatel en het ministerie van Belastingen en Accijnzen het niet eens over de vraag of deze toestellen moeten worden geacht te zijn uitgerust met een „videotuner” in de zin van postonderverdeling 852871 van de GN.

34

Volgens de vaststellingen van de verwijzende rechter ontvangen IPTV-settopboxen digitale transmissiesignalen en stellen zij de kanalen in door de internetprotocoladresgroep ervan in te stellen, terwijl settopboxen voor televisie die wordt uitgezonden door middel van een zendmast, netwerk voor kabeltelevisie of satelliet, analoge transmissiesignalen ontvangen en de kanalen instellen door de frequentie ervan in te stellen.

35

Om een antwoord te geven aan de verwijzende rechter, dient bijgevolg te worden uitgemaakt wat onder het begrip „videotuner” in de zin van postonderverdeling 852871 van de GN moet worden verstaan.

36

Aangezien dit begrip niet wordt gedefinieerd in de GN, dient eraan te worden herinnerd dat volgens vaste rechtspraak van het Hof de betekenis en de draagwijdte van begrippen waarvoor het Unierecht geen definitie geeft, moeten worden bepaald in overeenstemming met hun in de omgangstaal gebruikelijke betekenis, met inachtneming van de context waarin zij worden gebruikt en de doelstellingen die worden nagestreefd met de regeling waarvan zij deel uitmaken (arrest van 22 november 2012, Digitalnet e.a., C‑320/11, C‑330/11, C‑382/11 en C‑383/11, EU:C:2012:745, punt 38).

37

Een „videotuner” of „televisietuner” in de gebruikelijke betekenis van dit woord is een toestel dat hoogfrequente televisiesignalen omzet in signalen die kunnen worden gebruikt door video-opname- of videoweergaveapparaten of door monitors. Daarnaast kunnen met een dergelijk toestel televisiesignalen worden geselecteerd die worden uitgezonden op een specifieke frequentie.

38

Deze definitie wordt bevestigd door de toelichtingen op de GN die golden ten tijde van de importen die in het hoofdgeding aan de orde zijn.

39

In de op 28 februari 2006 bekendgemaakte toelichtingen op de GN staat namelijk het volgende te lezen: „Deze toestellen bevatten selectiekringen waarmee op een bepaald kanaal of een bepaalde draaggolffrequentie kan worden afgestemd en demodulatieschakelingen. Ze zijn in het algemeen ontworpen om te werken met een antenne of een gemeenschappelijke antenne (distributie met HF-kabel). Het aan de uitgang verkregen signaal kan worden gebruikt als ingangssignaal voor monitors of voor een video-opname- en videoweergaveapparaat. Het gaat in feite om het originele camerasignaal, vóór de modulatie van de zender.”

40

In de op 7 mei 2008 bekendgemaakte toelichtingen op de GN is met betrekking tot postonderverdeling 85287113 het volgende bepaald: „Deze onderverdeling omvat toestellen zonder scherm, zogenoemde settopboxen met communicatiefunctie, bestaande uit de volgende hoofdcomponenten: [...] een videotuner. De aanwezigheid van een RF-connector [(radiofrequentieconnector)] is een indicatie dat een videotuner aanwezig kan zijn [...]”.

41

Ten slotte staat in de op 30 mei 2008 bekendgemaakte toelichtingen op de GN met betrekking tot de onderverdelingen 85287111 tot en met 85287119 van de GN het volgende te lezen: „Deze onderverdelingen omvatten toestellen waarin een videotuner is ingebouwd die hoogfrequente televisiesignalen omzet
in signalen die kunnen worden gebruikt door video-opname en videoweergavetoestellen of door monitors. Deze toestellen bevatten selectiekringen waarmee op een bepaald kanaal of een bepaalde draaggolffrequentie kan worden afgestemd en demodulatieschakelingen. Ze zijn in het algemeen ontworpen om te werken met een antenne of een gemeenschappelijke antenne (distributie met HF-kabel). Het aan de uitgang verkregen signaal kan worden gebruikt als ingangssignaal voor monitors of voor een video-opname- en videoweergaveapparaat. Het gaat in feite om het originele camerasignaal, vóór de modulatie van de zender.”

42

Uit de voorgaande overwegingen volgt dat een toestel alleen onder de onderverdelingen 85287111 tot en met 85287119 valt indien het is uitgerust met een videotuner of „televisietuner”, dat wil zeggen een toestel waarmee op een bepaald kanaal of een bepaalde draaggolffrequentie kan worden afgestemd en waarmee hoogfrequente televisiesignalen kunnen worden omgezet in signalen die kunnen worden gebruikt door video-opname- en videoweergavetoestellen of door monitors.

43

Overeenkomstig de rechtspraak die in herinnering is gebracht in punt 26 van het onderhavige arrest, staat het derhalve aan de verwijzende rechter om te beoordelen of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde IPTV-settopboxen deze kenmerken vertonen. Is dat niet het geval, dan moeten zij worden ingedeeld in restonderverdeling 85287190 van de GN, zodat zij aan een douanerecht van 14 % onderworpen zijn.

44

Aan deze uitlegging wordt niet afgedaan door punt 2 van de ITA, op grond waarvan elke partij de douanerechten moet afschaffen die van toepassing zijn op onder meer „settopboxen met communicatiefunctie: toestellen gestuurd door een microprocessor, uitgerust met een ingebouwd modem voor toegang tot het internet en een functie voor interactieve informatie-uitwisseling”, ongeacht of in die settopboxen een televisietuner is ingebouwd.

45

Uit vaste rechtspraak van het Hof volgt dat de voorrang van de door de Unie gesloten internationale overeenkomsten op teksten van afgeleid recht gebiedt dat deze teksten voor zover mogelijk worden uitgelegd in overeenstemming met die overeenkomsten (arresten van 14 april 2011, British Sky Broadcasting Group en Pace, C‑288/09 en C‑289/09, EU:C:2011:248, punt 83, en 22 november 2012, Digitalnet e.a., C‑320/11, C‑330/11, C‑382/11 en C‑383/11, EU:C:2012:745, punt 39).

46

Vastgesteld dient evenwel te worden dat een dergelijke uitlegging, die impliceert dat settopboxen met communicatiefunctie moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 85287113 van de GN, ook wanneer met deze settopboxen niet kan worden afgestemd op een bepaald kanaal of een bepaalde draaggolffrequentie en er ook geen hoogfrequente televisiesignalen mee kunnen worden omgezet in signalen die kunnen worden gebruikt door video-opname- of videoweergaveapparaten of door monitors, niet mogelijk is aangezien zij – zoals volgt uit punt 42 van het onderhavige arrest – zou indruisen tegen de bewoordingen van de GN en bijgevolg tegen de wil van de Uniewetgever.

47

Overigens zij eraan herinnerd dat de Unierechter de wettigheid van Uniehandelingen niet mag toetsen aan de regels van de WTO wat de periode betreft die voorafgaat aan de datum waarop de redelijke termijn verstrijkt waarover de Unie volgens het memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen beschikt om te voldoen aan de aanbevelingen of beslissingen van het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, omdat de toekenning van deze termijn anders haar betekenis zou verliezen (arrest van 17 januari 2013, Hewlett-Packard Europe, C‑361/11, EU:C:2013:18, punt 58en aldaar aangehaalde rechtspraak).

48

In dit verband dient te worden gepreciseerd dat een WTO-panel op 16 augustus 2010 in het kader van de ITA zijn verslagen in de zaken WT/DS375/R, WT/DS376/R en WT/DS377/R (Europese Gemeenschappen en hun lidstaten – Tariefbehandeling van bepaalde informatietechnologieproducten) heeft bekendgemaakt, die op 21 september 2010 zijn goedgekeurd door het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO.

49

Uit deze verslagen blijkt met name wat moet worden verstaan onder een „settopbox”. Het gaat om een „toestel of apparaat dat een inkomend signaal dat is uitgezonden door een externe signalenbron, aldus verwerkt dat het kan worden weergegeven op een beeldscherm zoals een videomonitor of een televisietoestel”. Gepreciseerd wordt dat dit toestel „een of meer functies [kan] vervullen, waaronder de ontvangst en de decodering van televisie-uitzendingen, ongeacht of de uitzending plaatsvindt via satelliet, kabel of internet”.

50

De redelijke termijn waarbinnen de Unie gevolg diende te geven aan die door het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO goedgekeurde verslagen, is op 30 juni 2011 verstreken en de Commissie heeft er rekening mee gehouden door uitvoeringsverordening (EU) nr. 620/2011 van 24 juni 2011 tot wijziging van verordening nr. 2658/87 (PB 2011, L 166, blz. 16) vast te stellen. Deze verordening is overeenkomstig artikel 2 ervan in werking getreden op 1 juli 2011 en heeft geen terugwerkende kracht.

51

Derhalve kan aan de geldigheid van verordening nr. 1549/2006 hoe dan ook niet worden afgedaan doordat settopboxen met communicatiefunctie die niet zijn uitgerust met een televisietuner, op grond van deze verordening worden ingedeeld in postonderverdeling 85287190 van de GN.

52

Gelet op een en ander dient op de prejudiciële vraag te worden geantwoord dat de GN aldus moet worden uitgelegd dat toestellen als de in het hoofdgeding aan de orde zijnde IPTV-settopboxen, die kunnen worden gebruikt voor de ontvangst, afstelling en verwerking van televisiesignalen die rechtstreeks worden overgebracht via internetprotocoltelevisie, moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 85287190 van de GN, mits zij niet zijn uitgerust met een videotuner of „televisietuner”. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of dit laatste het geval is.

Kosten

53

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Het Hof (Tiende kamer) verklaart voor recht:

 

De gecombineerde nomenclatuur, die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006, moet aldus worden uitgelegd dat toestellen die kunnen worden gebruikt voor de ontvangst, afstelling en verwerking van televisiesignalen die rechtstreeks worden overgebracht via internetprotocoltelevisie, zoals de toestellen die in het hoofdgeding aan de orde zijn, moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 85287190 van de gecombineerde nomenclatuur, mits zij niet zijn uitgerust met een videotuner of „televisietuner”. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of dit laatste het geval is.

 

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Deens.