Zaak C‑328/17
Amt Azienda Trasporti e Mobilità SpA e.a.
tegen
Atpl Liguria – Agenzia regionale per il trasporto pubblico locale SpA
en
Regione Liguria
(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tribunale amministrativo regionale per la Liguria)
„Prejudiciële verwijzing – Overheidsopdrachten – Beroepsprocedures – Richtlijn 89/665/EEG – Artikel 1, lid 3 – Richtlijn 92/13/EEG – Artikel 1, lid 3 – Recht van beroep dat afhankelijk is van de voorwaarde dat een offerte is ingediend in het kader van de aanbestedingsprocedure”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Derde kamer) van 28 november 2018
Harmonisatie van de wetgevingen – Beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, en in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie – Richtlijnen 89/665 en 92/13 – Verplichting voor de lidstaten om te voorzien in een beroepsprocedure – Toegang tot beroepsprocedures – Nationale procedureregels waarbij de procesbevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat aan de betrokken aanbestedingsprocedure wordt deelgenomen – Toelaatbaarheid – Grenzen – Verplichting om de instelling van een beroep door een persoon die wegens beweerde discriminerende specificaties geen offerte heeft ingediend, toe te staan
(Richtlijnen 89/665 van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66, art. 1, lid 3, en 92/13, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66, art. 1, lid 3)
Harmonisatie van de wetgevingen – Beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, en in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie – Richtlijnen 89/665 en 92/13 – Verplichting voor de lidstaten om te voorzien in een beroepsprocedure – Toegang tot beroepsprocedures – Niet-deelneming van een marktdeelnemer aan de aanbestedingsprocedure omdat het wegens de toepasselijke nationale regeling onwaarschijnlijk is dat de betrokken overheidsopdracht aan hem zal worden gegund – Nationale wetgeving die de mogelijkheid om beroep in te stellen uitsluit – Toelaatbaarheid – Voorwaarden
(Richtlijnen 89/665 van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66, art. 1, lid 3, en 92/13, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66, art. 1, lid 3)
Zie de tekst van de beslissing.
(zie punten 44‑47, 51, 52)
Artikel 1, lid 3, van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007, en artikel 1, lid 3, van richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die marktdeelnemers niet toestaat beroep in te stellen tegen besluiten van de aanbestedende dienst betreffende een aanbestedingsprocedure, ten aanzien waarvan zij hebben beslist niet deel te nemen omdat het door de voor die procedure toepasselijke regeling hoogst onwaarschijnlijk was dat het betrokken contract aan hen zou worden gegund.
Het staat evenwel aan de bevoegde nationale rechter om, rekening houdend met alle relevante gegevens die de context bepalen van de aan hem voorgelegde zaak, gedetailleerd te beoordelen of de concrete toepassing van deze wettelijke regeling geen afbreuk kan doen aan het recht van de betrokken marktdeelnemers op effectieve rechterlijke bescherming.
(zie punt 58 en dictum)