Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 13 september 2018 –
ANKO/Commissie

(Zaak C‑173/17 P) ( 1 )

„Hogere voorziening – Arbitragebedingen – Doc@Hand-overeenkomst gesloten in het kader van het Zesde kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2002‑2006) – Subsidiabele kosten – Besluit van de Europese Commissie – Verplichting tot terugbetaling van de uitgekeerde bedragen – Tegenvordering”

1. 

Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van de feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door het Hof van de beoordeling van de voor het Gerecht aangedragen feiten – Uitgesloten, behoudens het geval van een onjuiste opvatting – Middel inzake onjuiste opvatting van de feiten – Noodzaak om de onjuist opgevatte elementen precies aan te geven en om de analysefouten die tot deze onjuiste opvatting hebben geleid, te bewijzen

(Art. 256, lid 1, tweede alinea, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)

(zie punten 23, 24, 32)

2. 

Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende motivering – Impliciete motivering door het Gerecht – Toelaatbaarheid – Voorwaarden

(Statuut van het Hof van Justitie, art. 36 en 53, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 117)

(zie punt 33)

Dictum

1) 

De hogere voorziening wordt afgewezen.

2) 

ANKO AE Antiprosopeion, Emporiou kai Viomichanias wordt verwezen in de kosten.


( 1 ) PB C 168 van 29.5.2017.