|
11.3.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 93/15 |
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 17 januari 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa — Letland) — SIA „KPMG Baltics”, handelend in de hoedanigheid van curator van het faillissement van AS „Latvijas Krājbanka” / SIA „Ķipars AI”
(Zaak C-639/17) (1)
((„Prejudiciële verwijzing - Definitief karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen - Richtlijn 98/26/EG - Werkingssfeer - Begrip, overboekingsopdracht’ - Betalingsopdracht van de houder van een gewone rekening-courant aan een kredietinstelling die later insolvent is verklaard”))
(2019/C 93/19)
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākā tiesa
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: SIA „KPMG Baltics”, handelend in de hoedanigheid van curator van het faillissement van AS „Latvijas Krājbanka”
Verwerende partij: SIA „Ķipars AI”
Dictum
Een betalingsopdracht, zoals aan de orde in het hoofdgeding, waarbij de houder van een gewone rekening-courant een kredietinstelling verzoekt geld over te boeken naar een andere kredietinstelling, valt niet onder het begrip „overboekingsopdracht” in de zin van richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009, en bijgevolg ook niet binnen de werkingssfeer van deze richtlijn.