28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 35/5


Arrest van het Hof (Derde kamer) van 28 november 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tribunale Amministrativo Regionale della Liguria — Italië) — Amt Azienda Trasporti e Mobilità SpA e.a. / Atpl Liguria — Agenzia regionale per il trasporto pubblico locale SpA, Regione Liguria

(Zaak C-328/17) (1)

((Prejudiciële verwijzing - Overheidsopdrachten - Beroepsprocedures - Richtlijn 89/665/EEG - Artikel 1, lid 3 - Richtlijn 92/13/EEG - Artikel 1, lid 3 - Recht van beroep dat afhankelijk is van de voorwaarde dat een offerte is ingediend in het kader van de aanbestedingsprocedure))

(2019/C 35/06)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Tribunale Amministrativo Regionale della Liguria

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Amt Azienda Trasporti e Mobilità SpA, Atc Esercizio SpA, Atp Esercizio Srl, Riviera Trasporti SpA, Tpl Linea Srl

Verwerende partijen: Atpl Liguria — Agenzia regionale per il trasporto pubblico locale SpA, Regione Liguria

Dictum

Artikel 1, lid 3, van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007, en artikel 1, lid 3, van richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die marktdeelnemers niet toestaat beroep in te stellen tegen besluiten van de aanbestedende dienst betreffende een aanbestedingsprocedure, ten aanzien waarvan zij hebben beslist niet deel te nemen omdat het door de voor die procedure toepasselijke regeling hoogst onwaarschijnlijk was dat het betrokken contract aan hen zou worden gegund.

Het staat evenwel aan de bevoegde nationale rechter om, rekening houdend met alle relevante gegevens die de context bepalen van de aan hem voorgelegde zaak, gedetailleerd te beoordelen of de concrete toepassing van deze wettelijke regeling geen afbreuk kan doen aan het recht van de betrokken marktdeelnemers op effectieve rechterlijke bescherming.


(1)  PB C 309 van 18.9.2017.