|
11.3.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 93/4 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 17 januari 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Kúria — Hongarije) — SH / TG
(Zaak C-168/17) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - In het licht van de situatie in Libië vastgestelde beperkende maatregelen - Reeks overeenkomsten die zijn gesloten om een bankgarantie af te geven ten gunste van een entiteit die op een lijst van bevroren tegoeden is geplaatst - Betaling van kosten uit hoofde van contragarantie-overeenkomsten - Verordening (EU) nr. 204/2011 - Artikel 5 - Begrip „tegoeden die ter beschikking zijn gesteld aan een in bijlage III bij verordening nr. 204/2011 genoemde entiteit” - Artikel 12, lid 1, onder c) - Begrip „garantievordering” - Begrip „persoon of entiteit, handelend voor rekening van een in artikel 12, lid 1, onder a) of b), bedoelde persoon”])
(2019/C 93/05)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Kúria
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: SH
Verwerende partij: TG
in tegenwoordigheid van: UF
Dictum
|
1) |
Artikel 5, lid 2, van verordening (EU) nr. 204/2011 van de Raad van 2 maart 2011 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Libië moet aldus worden uitgelegd dat:
|
|
2) |
Artikel 12 van verordening nr. 204/2011 moet aldus worden uitgelegd dat:
|
|
3) |
Artikel 9 van verordening nr. 204/2011 moet aldus worden uitgelegd dat het niet kan worden toegepast op betalingen van kosten als die welke verschuldigd zijn uit hoofde van de verschillende overeenkomsten die in het hoofdgeding aan de orde zijn. |
|
4) |
Artikel 17, lid 1, van verordening (EU) 2016/44 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van verordening (EU) nr. 204/2011 moet aldus worden uitgelegd dat het van toepassing is op de contragarantiekosten die door een bank in de Unie verschuldigd zijn aan een andere bank in de Unie, in een situatie als aan de orde in het hoofdgeding, waarin de definitieve kostenbegroting dateert van na de inwerkingtreding van deze verordening. |