|
23.4.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 142/11 |
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 28 februari 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság — Hongarije) — Sporting Odds Limited / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Központi Irányítása
(Zaak C-3/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Vrij verrichten van diensten - Artikel 56 VWEU - Artikel 4, lid 3, VEU - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Beperkingen - Kansspelen - Nationale regeling - Exploitatie van bepaalde vormen van kansspelen door de staat - Exclusiviteit - Concessiestelsel voor andere vormen van spelen - Vergunningsvereiste - Bestuursrechtelijke sanctie))
(2018/C 142/15)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Sporting Odds Limited
Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Központi Irányítása
Dictum
|
1) |
Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het in beginsel niet in de weg staat aan een duaal stelsel voor de organisatie van de kansspelmarkt in het kader waarvan bepaalde soorten kansspelen onder het staatsmonopoliestelsel vallen, terwijl andere soorten onder het stelsel van concessies en vergunningen voor de organisatie van kansspelen vallen, voor zover de verwijzende rechter vaststelt dat met de regeling waarbij het vrij verrichten van diensten wordt beperkt, daadwerkelijk op een samenhangende en stelselmatige wijze de doelstellingen worden nagestreefd waarop de betrokken lidstaat zich beroept. |
|
2) |
Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationaal voorschrift als in het hoofdgeding aan de orde is, volgens hetwelk uitsluitend kansspelaanbieders die beschikken over een concessie voor een casino op het nationale grondgebied, een vergunning voor de organisatie van onlinekansspelen kunnen verkrijgen, aangezien dat voorschrift niet onmisbaar is om de nagestreefde doelstellingen te bereiken en er minder restrictieve maatregelen bestaan om die doelstellingen te bereiken. |
|
3) |
Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een wettelijke regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarbij een stelsel van concessies en vergunningen voor de organisatie van onlinekansspelen wordt ingevoerd, voor zover die regeling voorschriften bevat waardoor in andere lidstaten gevestigde aanbieders worden gediscrimineerd, dan wel niet-discriminerende voorschriften bevat die op niet-transparante wijze worden toegepast of aldus ten uitvoer worden gelegd dat bepaalde inschrijvers die gevestigd zijn in andere lidstaten, zich niet of moeilijker kandidaat kunnen stellen. |
|
4) |
Artikel 56 VWEU en artikel 4, lid 3, VEU, gelezen in samenhang met de artikelen 47 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die niet voorschrijft dat ambtshalve wordt onderzocht of de maatregelen die het vrij verrichten van diensten beperken in de zin van artikel 56 VWEU, evenredig zijn, en die de bewijslast bij de partijen in de procedure legt. |
|
5) |
Artikel 56 VWEU, gelezen in samenhang met de artikelen 47 en 48 van het Handvest, moet aldus worden uitgelegd dat de lidstaat die een beperkende regeling heeft ingevoerd, het bewijs dient aan te voeren dat ertoe strekt aan te tonen dat er doelstellingen bestaan die een belemmering van een door het VWEU gewaarborgde fundamentele vrijheid kunnen rechtvaardigen, en dat deze belemmering evenredig is. Laat die lidstaat dit na, dan moet de nationale rechter alle gevolgen kunnen trekken die uit een dergelijke tekortkoming voortvloeien. |
|
6) |
Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat niet kan worden vastgesteld dat een lidstaat niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting om een beperkende maatregel te rechtvaardigen, op grond dat hij geen analyse van de gevolgen van die maatregel heeft verstrekt toen deze werd ingevoerd in de nationale wetgeving of werd onderzocht door de nationale rechter. |
|
7) |
Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een sanctie als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die wordt opgelegd wegens schending van de nationale wettelijke regeling waarbij een stelsel van concessies en vergunningen voor de organisatie van kansspelen wordt ingevoerd, voor het geval dat die regeling in strijd blijkt te zijn met dat artikel. |