Arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 13 december 2017 – CJ/ECDC
(Zaak T‑692/16)
„Openbare dienst – Arbeidscontractanten – Overeenkomst voor bepaalde tijd – Artikel 47, onder b), RAP – Nietigverklaring van een besluit tot voortijdige beëindiging – Artikel 266 VWEU – Uitvoering van een arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken – Vaststelling van een nieuw besluit tot voortijdige beëindiging – Terugwerkende kracht”
|
1. |
Beroepen van ambtenaren–Arrest houdende nietigverklaring–Gevolgen–Verplichting om maatregelen ter uitvoering vast te stellen–Omvang–Inaanmerkingneming van zowel de rechtsoverwegingen als het dictum van het arrest–Nietigverklaring, wegens een procedurefout, van een besluit tot voortijdige beëindiging van een overeenkomst voor bepaalde tijd–Vaststelling van een nieuw besluit tot beëindiging waarbij die fout is gecorrigeerd–Terugwerkende kracht van dat besluit–Toelaatbaarheid–Voorwaarden (Art. 266 VWEU) (zie punten 38, 42, 46, 53‑56, 66‑68, 73, 77, 85) |
|
2. |
Ambtenaren–Arbeidscontractanten–Voortijdige beëindiging van een overeenkomst voor bepaalde tijd–Beoordelingsbevoegdheid van de administratie–Op de administratie rustende zorgplicht–Inaanmerkingneming van de belangen van de betrokken functionaris en van de dienst–Rechtvaardiging ontleend aan de verbreking van de vertrouwensrelatie–Rechterlijke toetsing–Grenzen (Regeling andere personeelsleden, art. 47) (zie punten 80, 82, 90) |
|
3. |
Ambtenaren–Bezwarend besluit–Motiveringsplicht–Omvang (Ambtenarenstatuut, art. 25, tweede alinea) (zie punten 115, 116) |
|
4. |
Beroepen van ambtenaren–Verzoek tot schadevergoeding dat verband houdt met een verzoek tot nietigverklaring–Afwijzing van het verzoek tot nietigverklaring die leidt tot de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding (Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91) (zie punt 122) |
|
5. |
Ambtenaren–Niet-contractuele aansprakelijkheid van de instellingen–Voorwaarden–Onwettigheid–Schade–Causaal verband–Cumulatieve voorwaarden (zie punt 124) |
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, ten eerste strekkende tot nietigverklaring van het besluit van ECDC van 2 december 2015 tot beëindiging, met terugwerkende kracht tot 30 april 2012, van verzoekers overeenkomst van arbeidscontractant, ten tweede tot nietigverklaring van het besluit van ECDC van 27 juni 2016 tot afwijzing van de klacht die verzoeker tegen dat besluit tot beëindiging had ingediend, en ten derde tot vergoeding van de door verzoeker geleden schade
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt verworpen. |
|
2) |
CJ wordt verwezen in de kosten. |