Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 14 maart 2017 –
Wessel-Werk/EUIPO – Wolf PVG (Mondstukken voor stofzuigers)
(Zaak T‑174/16)
„Gemeenschapsmodel – Nietigheidsprocedure – Ingeschreven gemeenschapsmodel dat een mondstuk voor stofzuigers afbeeldt – Ouder gemeenschapsmodel – Nietigheidsgrond – Eigen karakter – Geïnformeerde gebruiker – Artikel 6 en artikel 25, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 6/2002”
|
1. |
Gemeenschapsmodellen–Nietigheidsgronden–Geen eigen karakter–Model dat bij de geïnformeerde gebruiker geen algemene indruk wekt die verschilt van de door het oudere model gewekte algemene indruk–Geïnformeerde gebruiker–Begrip [Verordening nr. 6/2002 van de Raad, art. 6, lid 1, en 25, lid 1, b)] (zie punten 19, 24, 25) |
|
2. |
Gemeenschapsmodellen–Nietigheidsgronden–Geen eigen karakter–Model dat bij de geïnformeerde gebruiker geen algemene indruk wekt die verschilt van de door het oudere model gewekte algemene indruk–Globale beoordeling van alle door het oudere model afgebeelde elementen [Verordening nr. 6/2002 van de Raad, art. 6, lid 1, en 25, lid 1, b)] (zie punt 26) |
|
3. |
Gemeenschapsmodellen–Nietigheidsgronden–Geen eigen karakter–Model dat bij de geïnformeerde gebruiker geen algemene indruk wekt die verschilt van de door het oudere model gewekte algemene indruk–Afbeelding van een mondstuk voor stofzuigers [Verordening nr. 6/2002 van de Raad, art. 6, lid 1, en 25, lid 1, b)] (zie punten 29‑31) |
Voorwerp
Beroep tegen de beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO van 18 februari 2016 (zaak R 1652/2014‑3), zoals rechtgezet, inzake een nietigheidsprocedure tussen Wolf PVG en Wessel-Werk
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt verworpen. |
|
2) |
Wessel-Werk GmbH wordt verwezen in de kosten. |