Zaak T-205/16: Arrest van het Gerecht van 17 mei 2018 — Litouwen/Commissie („Cohesiefonds — Van financiering uitgesloten uitgaven — Technische bijstand voor het beheer van het cohesiefonds in Litouwen — Btw — Artikel 11, leden 1 en 3, van verordening (EG) nr. 16/2003 — Verlaging van de financiële bijstand”)
Arrest van het Gerecht van 17 mei 2018 — Litouwen/Commissie
(Zaak T-205/16) ( 1 )
„(„Cohesiefonds — Van financiering uitgesloten uitgaven — Technische bijstand voor het beheer van het cohesiefonds in Litouwen — Btw — Artikel 11, leden 1 en 3, van verordening (EG) nr. 16/2003 — Verlaging van de financiële bijstand”)”
2018/C 231/24Procestaal: LitouwsPartijen
Verzoekende partij: Republiek Litouwen (vertegenwoordigers: D. Kriaučiūnas, R. Krasuckaitė en D. Stepanienė, gemachtigden)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: B.-R. Killmann en J. Jokubauskaitė, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van besluit C(2016) 969 final van de Commissie van 23 februari 2016 betreffende de verlaging van de steun uit het Cohesiefonds voor de verwezenlijking van het project „Technische bijstand voor het beheer van het Cohesiefonds in de Republiek Litouwen”, voor zover het voorziet in een verlaging van de steun met een bedrag van 137864,61 EUR, dat overeenkomt met de btw-uitgaven.
Dictum
|
1) |
Besluit C(2016) 969 final van de Commissie van 23 februari 2016 betreffende de verlaging van de steun uit het Cohesiefonds voor de verwezenlijking van het project „Technische bijstand voor het beheer van het Cohesiefonds in de Republiek Litouwen”, wordt nietig verklaard voor zover het voorziet in een verlaging van de steun met een bedrag van 137864,61 EUR, dat overeenkomt met de btw-uitgaven. |
|
2) |
De Europese Commissie wordt verwezen in haar eigen kosten en in die van de Republiek Litouwen. |
( 1 ) PB C 251 van 11.7.2016.