|
11.7.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 251/9 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 20 april 2016 – Casertana Costruzioni Srl/Ministero delle Infrastrutture e dei Trasporti - Provveditorato Interregionale per le opere pubbliche della Campania e del Molise, Azienda Regionale Campana per la Difesa del Suolo - A.R.CA.DI.S.
(Zaak C-223/16)
(2016/C 251/12)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Casertana Costruzioni Srl
Verwerende partijen: Ministero delle Infrastrutture e dei Trasporti - Provveditorato Interregionale per le opere pubbliche della Campania e del Molise, Azienda Regionale Campana per la Difesa del Suolo - A.R.CA.DI.S.
Prejudiciële vraag
Staan de artikelen 47, lid 2 en 48, lid 3, van richtlijn 2004/18/EG (1), zoals vervangen door artikel 63 van richtlijn 2014/24/EU (2), in de weg aan een nationale regeling die uitsluit, dan wel als zodanig kan worden uitgelegd, dat een op de aanbesteding inschrijvende ondernemer of ander rechtssubject een andere onderneming kan aanwijzen in de plaats van de oorspronkelijk als „nevenonderneming” opgegeven onderneming die niet langer of niet meer volledig aan de vereisten voor inschrijving voldoet, met als gevolg dat de ondernemer van de aanbesteding wordt uitgesloten wegens een feit dat objectief noch subjectief tot hem kan worden herleid?
(1) Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB L 134, blz. 114).
(2) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 inzake het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94, blz. 65).