Zaak C‑561/16

Saras Energía SA

tegen

Administración del Estado

(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tribunal Supremo)

„Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2012/27/EU – Artikel 7, leden 1, 4 en 9 – Artikel 20, leden 4 en 6 – Bevordering van energie-efficiëntie – Verplichtingsregeling voor energie-efficiëntie – Andere beleidsmaatregelen – Nationaal fonds voor energie-efficiëntie – Oprichting van een dergelijk fonds als hoofdmaatregel ter uitvoering van de energie-efficiëntieverplichtingen – Bijdrageverplichting – Aanwijzing van de aan verplichtingen gebonden partijen – Energiedistributeurs en/of detailhandelaars in energie”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 augustus 2018

  1. Energie–Bevordering van energie-efficiëntie–Richtlijn 2012/27–Verplichtingsregelingen voor energie-efficiëntie–Alternatieve beleidsmaatregelen–Nationale regeling die als belangrijkste manier om aan de energie‑efficiëntieverplichtingen te voldoen, een systeem invoert waarbij jaarlijks een bijdrage in een nationaal fonds voor energie‑efficiëntie wordt gestort–Toelaatbaarheid–Voorwaarden

    (Richtlijn 2012/27 van het Europees Parlement en de Raad, art. 7 en 20)

  2. Energie–Bevordering van energie-efficiëntie–Richtlijn 2012/27–Verplichtingsregelingen voor energie-efficiëntie–Alternatieve beleidsmaatregelen–Aanwijzing van de aan verplichtingen gebonden partijen–Nationale regeling die slechts aan bepaalde ondernemingen uit de energiesector energie-efficiëntieverplichtingen oplegt–Toelaatbaarheid–Voorwaarden–Objectieve en niet-discriminerende criteria–Toetsing door de nationale rechter

    (Richtlijn 2012/27 van het Europees Parlement en de Raad, art. 7)

  1.  De artikelen 7 en 20 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling die als belangrijkste manier om aan de energie-efficiëntieverplichtingen te voldoen, een systeem invoert waarbij jaarlijks een bijdrage in een nationaal fonds voor energie-efficiëntie wordt gestort, op voorwaarde dat die regeling, ten eerste, eenzelfde niveau van besparingen oplevert als de verplichtingsregelingen voor energie-efficiëntie die op grond van artikel 7, lid 1, van die richtlijn kunnen worden ingevoerd en, ten tweede, voldoet aan de vereisten van artikel 7, leden 10 en 11, van die richtlijn, waarbij het aan de verwijzende rechterlijke instantie staat om dit na te gaan.

    (zie punt 37, dictum 1)

  2.  Artikel 7 van richtlijn 2012/27 moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling zoals die in het hoofdgeding, die slechts aan bepaalde ondernemingen uit de energiesector energie-efficiëntieverplichtingen oplegt, op voorwaarde dat deze ondernemingen daadwerkelijk op basis van uitdrukkelijk vermelde, objectieve en niet-discriminerende criteria worden aangewezen als aan verplichtingen gebonden partijen, waarbij het aan de verwijzende rechterlijke instantie staat om dit na te gaan.

    (zie punt 55, dictum 2)