Zaak C‑254/16
Glencore Agriculture Hungary Kft.
tegen
Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatóság
(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság)
„Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Artikel 183 – Beginsel van fiscale neutraliteit – Aftrek van de voorbelasting – Teruggaaf van het btw‑overschot – Controleprocedure – Geldboete opgelegd aan de belastingplichtige tijdens een dergelijke procedure – Verlenging van de teruggaaftermijn – Uitsluiting van de betaling van vertragingsrente”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 6 juli 2017
Harmonisatie van de belastingwetgeving – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde – Aftrek van de voorbelasting – Teruggaaf van het overschot – Eerbiediging van het beginsel van fiscale neutraliteit – Nationale regeling die voorziet in een verlenging van de termijn voor teruggaaf van dat overschot in het kader van een fiscale controleprocedure waarbij aan de belastingplichtige een geldboete wegens niet‑medewerking wordt opgelegd – Weigering om vertragingsrente te betalen, ook al duurt die procedure buitensporig lang – Ontoelaatbaarheid
(Richtlijn 2006/112 van de Raad, art. 183)
Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, volgens welke, wanneer de belastingdienst een fiscale controleprocedure heeft ingeleid en aan een belastingplichtige een geldboete wegens niet‑medewerking wordt opgelegd, de termijn voor teruggaaf van het overschot aan belasting over de toegevoegde waarde kan worden verlengd tot aan de afgifte aan die belastingplichtige van het proces-verbaal van die controle en de betaling van vertragingsrente kan worden geweigerd, ook al duurt de fiscale controleprocedure buitensporig lang en is die buitensporig lange duur niet volledig te wijten aan het gedrag van de belastingplichtige.
Het beginsel van neutraliteit van het btw-stelsel verlangt dat, wanneer het btw-overschot niet binnen een redelijke termijn aan de belastingplichtige wordt teruggegeven, het financiële verlies dat de belastingplichtige lijdt ten gevolge van het feit dat hij niet over de betrokken geldsommen kan beschikken, wordt gecompenseerd door de betaling van vertragingsrente (arrest van 24 oktober 2013, Rafinăria Steaua Română,C‑431/12, EU:C:2013:686, punt 23).
Aangezien de verwijzende rechterlijke instantie zich in dit verband afvraagt wat de gevolgen zijn van het gedrag van de belastingplichtige, wiens gebrek aan bekwame spoed tijdens de fiscale controleprocedure is bestraft met geldboeten, moet worden opgemerkt dat, zoals de Hongaarse regering aanvoert, het uiteraard onaanvaardbaar is dat een belastingplichtige die, door te weigeren samen te werken met de belastingdienst en door aldus het verloop van de controleprocedure te belemmeren, vertraging bij de teruggaaf van een btw‑overschot heeft veroorzaakt, kan verzoeken om betaling van rente wegens die vertraging.
Een nationale regeling of praktijk volgens welke de enkele veroordeling van de belastingplichtige tot een geldboete wegens zijn gebrek aan bekwame spoed tijdens de belastingcontrole waaraan hij is onderworpen, de belastingdienst het recht geeft om die controle voort te zetten gedurende een periode die niet is gerechtvaardigd door dat gebrek aan bekwame spoed, zonder dat hij de belastingplichtige vertragingsrente hoeft te betalen, kan echter niet als verenigbaar met de uit het beginsel van fiscale neutraliteit voortvloeiende vereisten worden beschouwd.
Dientengevolge moet in een situatie als in het hoofdgeding, om te bepalen of vertragingsrente is verschuldigd en, in voorkomend geval, om te bepalen wanneer het recht op vertragingsrente ontstaat, worden vastgesteld in welke mate de duur van de fiscale controleprocedure is te wijten aan het gedrag van de belastingplichtige.
(zie punten 22, 26‑28, 36 en dictum)