Zaak C-589/16: Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 7 juni 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Landesverwaltungsgericht Oberösterreich — Oostenrijk) — Mario Alexander Filippi e.a. (Prejudiciële verwijzing — Artikel 53, lid 2, en artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof — Onvoldoende precisering van de feitelijke en juridische context van het hoofdgeding en van de redenen waarom een antwoord op de prejudiciële vraag noodzakelijk is — Kennelijke niet-ontvankelijkheid)
Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 7 juni 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Landesverwaltungsgericht Oberösterreich — Oostenrijk) — Mario Alexander Filippi e.a.
(Zaak C-589/16) ( 1 )
„(Prejudiciële verwijzing — Artikel 53, lid 2, en artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof — Onvoldoende precisering van de feitelijke en juridische context van het hoofdgeding en van de redenen waarom een antwoord op de prejudiciële vraag noodzakelijk is — Kennelijke niet-ontvankelijkheid)”
2018/C 276/12Procestaal: DuitsVerwijzende rechter
Landesverwaltungsgericht Oberösterreich
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Mario Alexander Filippi, Martin Manigatterer, Play For Me GmbH, ATG GmbH, Christian Vöcklinger, Gmalieva s.r.o., PBW GmbH, Felicitas GmbH, Celik KG, Christian Guzy, Martin Klein, Shopping Center Wels Einkaufszentrum GmbH, Game Zone Entertainment AG, Fortuna Advisory Kft., Finanzamt Linz, Klara Matyiko
in tegenwoordigheid van: Landespolizeidirektion Oberösterreich, Bezirkshauptmann von Eferding, Bezirkshauptmann von Ried im Innkreis, Bezirkshauptmann von Linz-Land
Dictum
Het door het Landesverwaltungsgericht Oberösterreich (bestuursrechter in eerste aanleg van de deelstaat Oberösterreich, Oostenrijk) bij beslissing van 16 november 2016 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing is kennelijk niet-ontvankelijk.
( 1 ) PB C 38 van 6.2.2017.