|
24.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 239/18 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 17 mei 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État — Frankrijk) — Association française des entreprises privées (AFEP) e.a./Ministre des finances et des comptes publics
(Zaak C-365/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten - Richtlijn 2011/96/EU - Voorkoming van dubbele belasting - Extra heffing van 3 % in de vennootschapsbelasting))
(2017/C 239/24)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d’État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Association française des entreprises privées (AFEP), Axa, Compagnie générale des établissements Michelin, Danone, ENGIE, voorheen GDF Suez, Eutelsat Communications, LVMH Moët Hennessy-Louis Vuitton SA, Orange SA, Sanofi SA, Suez Environnement Company, Technip, Total SA, Vivendi, Eurazeo, Safran, Scor SE, Unibail-Rodamco SE, Zodiac Aerospace
Verwerende partij: Ministre des finances et des comptes publics
Dictum
Artikel 4, lid 1, onder a), van richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2014/86/EU van de Raad van 8 juli 2014, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een fiscale maatregel van de lidstaat van een moedermaatschappij als in het hoofdgeding, waarbij wordt voorzien in de inning van een belasting bij de dividenduitkering door de moedermaatschappij waarvan de belastbare grondslag bestaat uit de bedragen van de uitgekeerde dividenden, met inbegrip van die welke afkomstig zijn van de niet-ingezeten dochterondernemingen van de moedermaatschappij.