Beschikking van het Gerecht (Vierde kamer) van 11 maart 2016 –

Binca Seafoods/Commissie

(Zaak T‑94/15)

„Beroep tot nietigverklaring — Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1358/2014 — Niet-verlenging van de in artikel 95, lid 11, van verordening (EG) nr. 889/2008 vervatte overgangsmaatregel inzake aquacultuurdieren — Geen procesbelang — Niet-ontvankelijkheid”

1. 

Beroep tot nietigverklaring — Natuurlijke personen of rechtspersonen — Procesbelang — Noodzaak van een bestaand en daadwerkelijk belang — Beoordeling naar het tijdstip waarop het beroep is ingesteld — Beroep dat de verzoekende partij een voordeel kan opleveren — Geen — Niet-ontvankelijkheid (Art. 263, vierde alinea, VWEU) (cf. punten 71‑73)

2. 

Beroep tot nietigverklaring — Arrest houdende nietigverklaring — Gevolgen — Beperking door het Hof — Handhaving van de gevolgen van de bestreden handeling tot de vervanging van deze handeling binnen een redelijke termijn — Rechtvaardiging op grond van de rechtszekerheid (Art. 264, tweede alinea, VWEU) (cf. punt 78)

Voorwerp

Verzoek tot nietigverklaring van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1358/2014 van de Commissie van 18 december 2014 houdende wijziging van verordening (EG) nr. 889/2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad, wat betreft de herkomst van biologische aquacultuurdieren, aquacultuurhouderijpraktijken, voeder voor biologische aquacultuurdieren en voor gebruik in de biologische aquacultuur toegestane producten en stoffen (PB L 365, blz. 97)

Dictum

1) 

Het beroep wordt verworpen.

2) 

Binca Seafoods GmbH wordt verwezen in de kosten.