30.11.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 398/62


Beroep ingesteld op 25 september 2015 — Hongarije/Commissie

(Zaak T-554/15)

(2015/C 398/76)

Procestaal: Hongaars

Partijen

Verzoekende partij: Hongarije (vertegenwoordiger: M. Z. Fehér en G. Koós)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

besluit C(2015) 4805 van de Commissie van 15 juli 2015 betreffende de gezondheidsbijdrage van ondernemingen in de tabaksindustrie in Hongarije gedeeltelijk nietig te verklaren, voor zover hierbij de opschorting wordt gelast van de toepassing van progressieve belastingtarieven en van de belastingvermindering die geldt in geval van investeringen, zoals vastgelegd in de door het Hongaarse Parlement aangenomen wet nr. XCIV van 2014 betreffende de gezondheidsbijdrage van tabaksondernemingen voor 2015;

de Commissie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.

1.

Eerste middel: misbruik van beoordelingsbevoegdheid, kennelijke beoordelingsfout en schending van het evenredigheidsbeginsel

Ten eerste betoogt verzoekster dat de Commissie een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door de opschorting te gelasten, en dat zij aldus de grenzen van haar beoordelingsbevoegdheid heeft overschreden en tegelijkertijd het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden.

2.

Tweede middel: niet-inachtneming van het discriminatieverbod en schending van het beginsel van gelijke behandeling

Ten tweede betoogt verzoekster dat de opschortingspraktijk van de Commissie onsamenhangend is, waardoor het discriminatieverbod en het beginsel van gelijke behandeling worden geschonden.

3.

Derde middel: niet-inachtneming van de motiveringsplicht en schending van het beginsel van behoorlijk bestuur en van de rechten van de verdediging

Ten derde betoogt verzoekster met name dat de Commissie bij de uitvaardiging van het opschortingsbevel haar motiveringsplicht niet is nagekomen.

4.

Vierde middel: schending van de verplichting tot loyale samenwerking en van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte

Dienaangaande betoogt verzoekster dat het opschortingsbevel van de Commissie indruist tegen fundamentele juridische garanties zoals de verplichting tot loyale samenwerking en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

5.

Vijfde middel: tegenstrijdigheid tussen de bepalingen van het besluit en onvoldoende nauwkeurigheid ervan

Dienaangaande betoogt verzoekster dat de Commissie bij de vaststelling van het opschortingsbesluit geen rekening heeft gehouden met het feit dat de Hongaarse autoriteiten in het geval van belastingen die worden bepaald op basis van de eigen aangifte, de verlening van de vermeende steun niet kunnen verhinderen, en dat het besluit bovendien tegenstrijdig is wat het voorwerp van de opschorting betreft. De Commissie heeft in het besluit dus geen duidelijke gedragsnorm vastgesteld, terwijl zij de Hongaarse autoriteiten wel gelast om het besluit ten uitvoer te leggen.