27.7.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 245/34


Beroep ingesteld op 14 mei 2015 — Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB

(Zaak T-251/15)

(2015/C 245/40)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Espírito Santo Financial (Portugal), SGPS, SA (Lissabon, Portugal) (vertegenwoordigers: R. Oliveira, N. Cunha Barnabé en S. Estima Martins, advocaten)

Verwerende partij: Europese Centrale Bank

Conclusies

Verzoekster concludeert tot:

nietigverklaring van het door de Europese Centrale Bank (ECB) op 4 maart 2015 krachtens artikel 8, lid 3, van besluit ECB/2004/3 genomen stilzwijgende besluit (hierna: „stilzwijgend besluit”) houdende weigering van volledige toegang tot het besluit van de ECB van 1 augustus 2014 waarbij Banco Espírito Santo S.A.’s status van tegenpartij op het gebied van het monetaire beleid van het Eurosysteem is geschorst en deze bank is verplicht om haar schuld jegens het Eurosysteem volledig terug te betalen ten belope van 10 miljard EUR, alsook tot alle documenten die in het bezit zijn van de ECB en op enigerlei wijze verband hielden met dat besluit;

nietigverklaring van het door de ECB op 1 april 2015 genomen uitdrukkelijke besluit (hierna: „uitdrukkelijk besluit”) tot weigering van volledige toegang tot de voornoemde documenten;

verwijzing van verweerster in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vijf middelen aan.

1.

Eerste middel, dat het stilzwijgende besluit betreft: schending van de motiveringsplicht

Verzoekster stelt dat de ECB met dit besluit de motiveringplicht heeft geschonden, aangezien zij niet heeft aangegeven waarom zij geen volledige toegang tot de gevraagde ECB-documenten heeft verleend. Derhalve moet dit besluit nietig worden verklaard.

2.

Tweede middel, dat het uitdrukkelijke besluit betreft: schending van de motiveringsplicht in verband met het besluit van de Raad van bestuur

Verzoekster betoogt dat het uitdrukkelijke besluit tot weigering van toegang tot de gevraagde informatie nietig dient te worden verklaard wegens schending van de motiveringsplicht, voor zover (i) in dat besluit slechts algemene overwegingen waren opgenomen met betrekking tot aangevoerde uitzonderingen van artikel 4 van besluit ECB/2004/3, en daarin het bijzonder (ii) niet werd toegelicht waarom de uitzondering van artikel 4, lid 1, onder a), eerste streepje, van besluit ECB/2004/3 rechtvaardigde dat verzoeksters recht van toegang werd beperkt.

3.

Derde middel, dat het uitdrukkelijke besluit betreft: schending van artikel 4, lid 1, onder a, eerste, tweede en zevende streepje, van besluit ECB/2004/3.

4.

Vierde middel, dat het uitdrukkelijke besluit betreft: schending van artikel 4, lid 2, van besluit ECB/2004/3, in verband met de besluiten van de Raad van bestuur.

5.

Vijfde middel, dat het uitdrukkelijke besluit betreft: schending van de motiveringsplicht, in verband met de voorstellen van de Directie van de ECB.

Verzoekster stelt dat het uitdrukkelijke besluit nietig moet worden verklaard wegens schending van de motiveringsplicht. Immers, in dit besluit (i) worden enkel algemene overwegingen betreffende de aangevoerde uitzonderingen van artikel 4 van besluit ECB/2004/3 aangehaald, (ii) worden geen specifieke redenen gegeven voor de weigering om toegang te verlenen tot specifieke door verzoekster gevraagde informatie, (iii) wordt niet gemotiveerd waarom de informatie op grond van artikel 4, lid 1, onder a), zevende streepje, van besluit ECB/2004/3 niet wordt vrijgegeven, (iv) wordt niet gemotiveerd waarom de informatie op grond van artikel 4, lid 2, eerste streepje, van besluit ECB/2004/3 niet wordt vrijgegeven, (v) wordt niet gemotiveerd waarom de informatie op basis van artikel 4, lid 3, van besluit ECB/2004/3 niet wordt vrijgegeven.