10.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 262/29


Beroep ingesteld op 13 april 2015 — Sopra Steria Group/Parlement

(Zaak T-182/15)

(2015/C 262/39)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Sopra Steria Group SA (Annecy-le-Vieux, Frankrijk) (vertegenwoordigers: A. Verlinden, R. Martens en J. Joossen, advocaten)

Verwerende partij: Europees Parlement

Conclusies

Verzoekster verzoekt het Gerecht:

de besluiten van het Europees Parlement van onbekende datum, medegedeeld bij brieven van 13 februari 2015, om IBI IUS uit te sluiten van perceel 2 en STEEL uit te sluiten van perceel 3 in de aanbestedingsprocedure PE/ITEC-ITS14, nietig te verklaren;

de overeenkomst(en) met andere inschrijvers naar aanleiding van deze besluiten tot uitsluiting, nietig te verklaren;

het Europees Parlement te verwijzen in de kosten van de onderhavige procedure, met inbegrip van de door de verzoekende partij gemaakte kosten voor juridisch advies.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster één middel aan, ontleend aan de schending door het Europees Parlement van het transparantiebeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van gelijke behandeling uit artikel 102, lid 1 van het Financieel Reglement, de schending van de criteria voor uitsluiting uit artikel 107, lid 1, onder a), en b), van het Financieel Reglement, de schending van artikel 158, lid 3, van de uitvoeringsvoorschriften, de schending door het Europees Parlement van zijn eigen bestek voor ITS14, waardoor de besluiten van onbekende datum, die zijn medegedeeld bij brieven van 13 februari 2015, om IBI IUS uit te sluiten van perceel 2 en STEEL uit te sluiten van perceel 3 van ITS14, ongeldig zijn.

Verzoekster betoogt in het eerste onderdeel van het enige middel, dat het Europees Parlement zijn eigen bestek voor ITS14 en het algemene procedurele vereiste van het beginsel „patere legem quam ipse fecisti” onjuist heeft toegepast en artikel 107, lid 1, onder a), en b), van het Financieel Reglement heeft geschonden door de uitsluiting van verzoekster en dientengevolge van de consortia IBI IUS voor perceel 2 en STEEL voor perceel 3 van ITS14, op grond van een gestelde (en niet aangetoonde) mogelijke belangenverstrengeling en vanwege een gesteld (en niet aangetoond) niet verstrekken van informatie aan het Europees Parlement.

Verzoekster betoogt in het tweede gedeelte van het eerste en enige middel (subsidiair) dat het Europees Parlement van het transparantiebeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van gelijke behandeling uit artikel 102, lid 1, van het Financieel Reglement heeft geschonden door de uitsluiting van verzoekster en dientengevolge de consortia IBI IUS voor perceel 2 en STEEL voor perceel 3 van ITS14, op grond van een gestelde (en niet aangetoonde) mogelijke belangenverstrengeling en vanwege een gesteld (en niet aangetoond) niet verstrekken van informatie aan het Europees Parlement.