8.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 190/4


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal administratif de Rennes (Frankrijk) op 25 maart 2015 — Doux SA, Maître Sophie Gautier, in de hoedanigheid van beheerder van de insolventieprocedure van Doux SA, SCP Valliot-Le Guenevé-Abittbol, vertegenwoordigd door Maître Valliot, in de hoedanigheid van beheerder van de insolventieprocedure van Doux SA/Etablissement national des produits de l’agriculture et de la mer (FranceAgriMer)

(Zaak C-141/15)

(2015/C 190/04)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Tribunal administratif de Rennes

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Doux SA, Maître Sophie Gautier, in de hoedanigheid van beheerder van de insolventieprocedure van Doux SA, SCP Valliot-Le Guenevé-Abittbol, vertegenwoordigd door Maître Valliot, in de hoedanigheid van beheerder van de insolventieprocedure van Doux SA

Verwerende partij: Etablissement national des produits de l’agriculture et de la mer (FranceAgriMer)

Prejudiciële vragen

1)

Vormt het maximale watergehalte dat in artikel 15 van verordening (EG) nr. 543/2008 (1) en in de bijlagen VI en VII bij deze verordening is vastgesteld, een vereiste betreffende de „gezonde handelskwaliteit” van de producten in de zin van artikel 28, lid 1, van verordening (EG) nr. 612/2009 van het Commissie (2) en van het arrest Nowaco Germany GmbH/Hauptzollamt Hamburg-Jonas [van het Hof] van 7 september 2006 [C-353/04, EU:C:2006:522)]?

2)

Mag diepgevroren pluimvee waarvan het watergehalte meer bedraagt dan de maximumgrens die in artikel 15 van verordening nr. 543/2008 en de bijlagen VI en VII bij deze verordening is vastgesteld en waarvoor een door de bevoegde autoriteit afgegeven gezondheidscertificaat is verkregen, in normale omstandigheden op het grondgebied van de Unie in de handel worden gebracht in de zin van artikel 28 van verordening nr. 612/2009, en zo ja, onder welke voorwaarden?

3)

Is het maximale watergehalte van 5,1 % dat nog steeds in bijlage VI bij verordening nr. 543/2008 is opgenomen en dat in de loop van de laatste decennia niet is gewijzigd ondanks de ontwikkelingen in de stand van de kweekmethoden en de kritiek die in bepaalde wetenschappelijke studies op de economische veroudering van die bovengrens is geuit, al dan niet in overeenstemming met het recht van de Europese Unie en inzonderheid met het rechtzekerheidsbeginsel?

4)

Zijn de bijlagen VI en VII bij verordening nr. 543/2008 in toereikende mate nauwkeurig voor het verrichten van de controles waarin artikel 15 van deze verordening voorziet, of dient Frankrijk de „praktische regelingen voor het verrichten van controles in alle afzetstadia” vast te stellen, zodat de controles die tijdens de fase van de uitvoer van de producten worden verricht, niet aan de belanghebbenden kunnen worden tegengeworpen zolang dat niet het geval is?

5)

Kan de mogelijkheid om volgens artikel 16, leden 2 en 5, van verordening nr. 543/2008 met betrekking tot de resultaten van de controles in slachterijen een tegenanalyse aan te vragen, worden uitgebreid tot de controles die in het stadium van de verhandeling van de uitgevoerde producten worden verricht, met name, overeenkomstig artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in aanwezigheid van partijen?


(1)  Verordening (EG) nr. 543/2008 van de Commissie van 16 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen voor verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de handelsnormen voor vlees van pluimvee (PB L 157, blz. 46).

(2)  Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie 2009 van 7 juli 2009 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PB L 186, blz. 1).