|
27.4.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 138/36 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch (Nederland) op 12 februari 2015 — Mehrdad Ghezelbash tegen Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
(Zaak C-63/15)
(2015/C 138/49)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker: Mehrdad Ghezelbash
Verweerder: Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
Prejudiciële vragen
|
1) |
Hoe ver strekt de reikwijdte van artikel 27 van verordening 604/2013 (1), al dan niet in samenhang met overweging 19 in de preambule van verordening 604/2013? Heeft een asielzoeker, in een situatie als deze, waarin de vreemdeling pas na het claimakkoord met de Dublin-claim is geconfronteerd en die vreemdeling na het claimakkoord bewijsstukken overlegt die tot de conclusie kunnen leiden dat niet de aangezochte lidstaat maar de verzoekende lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, en vervolgens de verzoekende lidstaat deze documenten niet onderzoekt noch deze voorlegt aan de aangezochte lidstaat, op grond van dit artikel het recht om een (effectief) rechtsmiddel aan te wenden tegen de toepassing van de criteria voor het aanwijzen van de verantwoordelijke staat als genoemd in hoofdstuk III van verordening 604/2013? |
|
2) |
Is in het geval de vreemdeling onder verordening 604/2013, evenals onder de werking van verordening 343/2003 (2), in beginsel geen beroep toekomt op de onjuiste toepassing van de criteria voor het aanwijzen van de verantwoordelijke lidstaat wanneer de aangezochte lidstaat heeft ingestemd met een verzoek om overname, het uitgangspunt van verweerder juist dat dit uitgangspunt slechts uitzondering lijdt in gezinssituaties als bedoeld in artikel 7 van verordening 604/2013, of zijn ook andere bijzondere feiten en omstandigheden denkbaar op grond waarvan de vreemdeling een beroep toekomt op de onjuiste toepassing van de criteria voor het aanwijzen van de verantwoordelijke lidstaat? |
|
3) |
Indien het antwoord op vraag 2) luidt dat naast gezinssituaties ook andere omstandigheden ertoe kunnen leiden dat de vreemdeling een beroep toekomt op de onjuiste toepassing van de criteria voor het aanwijzen van de verantwoordelijke lidstaat, kunnen de feiten en omstandigheden zoals omschreven in rechtsoverweging 12 van deze uitspraak dergelijke bijzondere feiten en omstandigheden vormen? |
(1) Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180, blz. 31).
(2) Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 50, blz. 1).