|
20.11.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 392/7 |
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 21 september 2017 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-616/15) (1)
((Niet-nakoming - Fiscale bepalingen - Belasting over de toegevoegde waarde - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 132, lid 1, onder f) - Vrijstelling van btw voor diensten die door zelfstandige groeperingen van personen worden verleend aan hun leden - Beperking tot zelfstandige groeperingen waarvan de leden bepaalde specifieke beroepen uitoefenen))
(2017/C 392/09)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. Owsiany-Hornung, B.-R. Killmann en R. Lyal, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze, J. Möller en K. Petersen, gemachtigden)
Dictum
|
1) |
De Bondsrepubliek Duitsland is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 132, lid 1, onder f), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, doordat zij de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde heeft beperkt tot zelfstandige groeperingen van personen waarvan de leden slechts bepaalde specifieke beroepen uitoefenen. |
|
2) |
De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten. |