16.8.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 296/10


Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 9 juni 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Budapest Környéki Törvényszék — Hongarije) — procedure tegen István Balogh

(Zaak C-25/15) (1)

((Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in strafzaken - Recht op vertolking en vertaling - Richtlijn 2010/64/EU - Werkingssfeer - Begrip „strafprocedure” - Procedure van een lidstaat tot erkenning van een beslissing in strafzaken die is gegeven door een rechterlijke instantie van een andere lidstaat en tot vermelding van de door deze rechterlijke instantie uitgesproken veroordeling in het strafregister - Kosten van vertaling van die beslissing - Kaderbesluit 2009/315/JBZ - Besluit 2009/316/JBZ))

(2016/C 296/14)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Budapest Környéki Törvényszék

Partij in het hoofdgeding

István Balogh

Dictum

Artikel 1, lid 1, van richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures moet aldus worden uitgelegd dat deze richtlijn niet van toepassing is op een bijzondere nationale procedure tot erkenning, door de rechter van een lidstaat, van een definitieve beslissing die is gewezen door een rechter van een andere lidstaat en waarbij een persoon wordt veroordeeld wegens een strafbaar feit.

Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten en besluit 2009/316/JBZ van de Raad van 6 april 2009 betreffende de oprichting van het Europees Strafregister Informatiesysteem (ECRIS) overeenkomstig artikel 11 van kaderbesluit 2009/315 moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen de toepassing van een nationale regeling waarbij een dergelijke bijzondere procedure wordt ingesteld.


(1)  PB C 127 van 20.4.2015.