Zaak T‑708/14

Marpefa, SL

tegen

Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)

„Gemeenschapsmerk — Beroepstermijn — Tardiviteit — Kennelijke niet-ontvankelijkheid”

Samenvatting – Beschikking van het Gerecht (Zesde kamer) van 3 februari 2015

  1. Beroep tot nietigverklaring – Termijnen – Regels van openbare orde – Ambtshalve onderzoek door de Unierechter

    (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 102, lid 2; verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 65, lid 5)

  2. Gerechtelijke procedure – Inleidend verzoekschrift – Vormvereisten – Verzoekschrift dat per e-mail is ingediend binnen de beroepstermijn – Handgeschreven handtekening van de advocaat, die verschilt van de handtekening op het per post toegezonden origineel van het verzoekschrift – Gevolg – Niet-inaanmerkingneming van de datum van ontvangst van de e-mail voor de beoordeling van de inachtneming van de beroepstermijn

    (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 43)

  3. Gerechtelijke procedure – Inleidend verzoekschrift – Vormvereisten – Niet-neerlegging van het ondertekende origineel van het verzoekschrift vóór het verstrijken van de termijn – Niet-ontvankelijkheid

    (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 6)

  1.  Zie de tekst van de beslissing.

    (cf. punten 8, 9)

  2.  Indien de toezending van de per e-mail verstuurde tekst niet voldoet aan de rechtszekerheidsvereisten van artikel 43 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, kan met de datum van toezending van de kopie van het verzoekschrift per telefax of per e-mail geen rekening worden gehouden voor de inachtneming van de beroepstermijn en moet enkel met de datum van neerlegging van het ondertekende origineel rekening worden gehouden voor de inachtneming van de beroepstermijn.

    Met het oog op de regelmatige indiening van processtukken legt artikel 43 van het Reglement voor de procesvoering, dat voorziet in de mogelijkheid om als datum van de instelling van een beroep in aanmerking te nemen de datum van de verzending per e-mail van een kopie van het ondertekende origineel, aan de vertegenwoordiger van de partij bovendien de verplichting op om het origineel van de akte met de hand te ondertekenen alvorens dit per e-mail te verzenden, en om ditzelfde origineel binnen tien dagen neer te leggen ter griffie van het Gerecht. Wanneer in deze omstandigheden achteraf blijkt dat het ondertekende origineel van de akte die materieel binnen tien dagen na de verzending per e-mail ter griffie van het Gerecht is neergelegd, niet op zijn minst is voorzien van dezelfde handtekening als die welke is aangebracht op het per e-mail verzonden document, volstaat dit element om vast te stellen dat deze twee documenten verschillend zijn, ook indien de handtekeningen daadwerkelijk door dezelfde persoon zijn geplaatst.

    (cf. punten 14, 15)

  3.  Zie de tekst van de beslissing.

    (cf. punt 24)