|
16.2.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 56/27 |
Beroep ingesteld op 24 december 2014 — Gascogne Sack Deutschland en Gascogne/Commissie
(Zaak T-843/14)
(2015/C 056/38)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Gascogne Sack Deutschland GmbH (Wieda, Duitsland) en Gascogne (Saint-Paul-les-Dax, Frankrijk) (vertegenwoordigers: F. Puel en E. Durand, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoeksters verzoeken het Gerecht:
|
— |
vast te stellen dat de Europese Unie op niet-contractuele basis aansprakelijk is voor het feit dat de procedure voor het Gerecht de redelijke termijn heeft overschreden; |
en derhalve,
|
— |
de Europese Unie te gelasten tot gepaste en volledige vergoeding van de materiële en immateriële schade die verzoeksters door het onrechtmatige gedrag van de Unie hebben geleden, en meer bepaald tot uitkering van de hiernavolgende bedragen, vermeerderd met compenserende en vertragingsrente tegen de door de Europese Centrale Bank voor haar belangrijkste herfinancieringsoperaties toegepaste rentevoet, verhoogd met twee procentpunten, te rekenen vanaf de dag waarop het verzoekschrift is ingediend:
|
|
— |
subsidiair, voor het geval wordt aangenomen dat het bedrag van de geleden schade opnieuw moet worden beoordeeld, een deskundigenonderzoek te bevelen overeenkomstig de artikelen 65, onder d), 66, lid 1, en 70 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht; |
|
— |
de Europese Unie hoe dan ook te verwijzen in de kosten van de onderhavige procedure. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters één middel aan, te weten dat artikel 47, tweede alinea 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is geschonden omdat de procedure voor het Gerecht buitensporig lang heeft geduurd, zodat hun grondrecht op berechting van hun zaak binnen een redelijke termijn geschonden is.