|
11.8.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 261/38 |
Beroep ingesteld op 30 mei 2014 — Pshonka/Raad
(Zaak T-381/14)
2014/C 261/63
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Viktor Pavlovych Pshonka (Moskou, Rusland) (vertegenwoordigers: C. Constantina en J.-M. Reymond, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
|
— |
krachtens artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) besluit 2014/119/GBVB van de Raad van 5 maart 2014 en verordening nr. 208/2014 van de Raad van 5 maart 2014 gedeeltelijk nietig verklaren, voor zover zij verzoeker betreffen en, meer in het bijzonder, gelasten dat:
|
|
— |
krachtens artikel 263 VWEU besluit 2014/119/GBVB van de Raad van 5 maart 2014 en verordening nr. 208/2014 van de Raad van 5 maart 2014 gedeeltelijk nietig verklaren, voor zover zij niet overeenkomen met het gezamenlijk voorstel; |
|
— |
de Raad verwijzen in zijn eigen kosten alsmede in die van verzoeker. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter staving van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan die in wezen overeenkomen met die welke zijn aangevoerd in zaak T-380/14, Pshonka/Raad.