21.12.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 429/19


Arrest van het Gerecht van 29 oktober 2015 — Vanbreda Risk & Benefits/Commissie

(Zaak T-199/14) (1)

((„Overheidsopdrachten voor diensten - Aanbestedingsprocedure - Verlening van diensten op het gebied van goederen- en persoonsverzekeringen - Afwijzing van de offerte van een inschrijver - Gunning van de opdracht aan een andere inschrijver - Gelijke behandeling - Voldoende gekwalificeerde schending van een rechtsregel die rechten toekent aan particulieren - Niet-contractuele aansprakelijkheid - Verlies van een kans - Tussenarrest”))

(2015/C 429/25)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Vanbreda Risk & Benefits (Antwerpen, België) (vertegenwoordigers: aanvankelijk P. Teerlinck en P. de Bandt, vervolgens P. Teerlinck, P. de Bandt en M. Gherghinaru, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: S. Delaude en L. Cappelletti, gemachtigden)

Voorwerp

Enerzijds, verzoek tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 30 januari 2014 waarbij de offerte van verzoekster voor perceel 1 in het kader van openbare aanbesteding OIB.DR.2/PO/2013/062/591 betreffende de verzekering van goederen en personen (PB 2013/S 155 269617) is afgewezen en de opdracht voor dit perceel aan een andere inschrijver is gegund, en, anderzijds, verzoek tot schadevergoeding

Dictum

1)

Het besluit van de Europese Commissie van 30 januari 2014 waarbij de offerte van Vanbreda Risk & Benefits voor perceel 1 in het kader van openbare aanbesteding OIB.DR.2/PO/2013/062/591 betreffende de verzekering van goederen en personen (PB 2013/S 155 269617) is afgewezen en de opdracht voor dit perceel aan een andere inschrijver is gegund, wordt nietig verklaard.

2)

De Europese Unie moet de schade vergoeden die Vanbreda Risk & Benefits heeft geleden door het verlies van een kans om bovengenoemde opdracht in de wacht te slepen en de daaraan verbonden referenties te verwerven.

3)

Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen voor het overige.

4)

Partijen zullen het Gerecht binnen een termijn van zes maanden na de datum van uitspraak van dit arrest het in gezamenlijk overleg vastgestelde bedrag van de verschuldigde schadevergoeding meedelen.

5)

Bij gebreke van een dergelijk akkoord zullen partijen het Gerecht binnen dezelfde termijn hun becijferde vorderingen voorleggen.

6)

De kosten worden aangehouden.


(1)  PB C 159 van 26.5.2014.