|
8.6.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 190/32 |
Beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 22 april 2015 — ED/ENISA
(Zaak F-105/14) (1)
((Openbare dienst - Tijdelijk functionaris - Selectieprocedure - Besluit tot afwijzing, in het stadium van de voorselectie, van de sollicitatie na onderzoek door een selectiecomité - Ontbreken van een klacht binnen de statutaire termijn tegen het besluit tot afwijzing van de sollicitatie - Verzoek om inlichtingen - Antwoord van het TAOBG zonder heronderzoek van het besluit tot afwijzing van de sollicitatie - Klacht tegen dat antwoord - Niet-eerbiediging van de precontentieuze procedure - Kennelijke niet-ontvankelijkheid - Artikel 81 van het Reglement voor de procesvoering))
(2015/C 190/37)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: ED (vertegenwoordiger: S. A. Pappas, advocaat)
Verwerende partij: Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (vertegenwoordigers: A. Ryan, gemachtigde, D. Waelbroeck en A. Duron, advocaten)
Voorwerp
Verzoek om nietigverklaring van het besluit om verzoeksters sollicitatie naar de post van jurist („legal officer”) naar aanleiding van de kennisgeving van vacature ENISA-TA-AD-2013-05 niet in aanmerking te nemen
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. |
|
2) |
ED draagt haar eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging. |