|
16.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 89/3 |
Hogere voorziening ingesteld op 11 december 2014 door Brandconcern BV tegen het arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 30 september 2014 in zaak T-51/12, Scooters India Ltd/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
(Zaak C-577/14 P)
(2015/C 089/04)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Brandconcern BV (vertegenwoordigers: A. von Mühlendahl, H. Hartwig, Rechtsanwälte, G. Casucci, N. Ferretti, avvocati)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Scooters India Ltd
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof:
|
— |
het bestreden arrest van het Gerecht van 30 september 2014 te vernietigen en het door Scooters India Ltd tegen de litigieuze beslissing van de kamer van beroep van het BHIM van 1 december 2011 in zaak R 2312/2010-1 ingestelde beroep af te wijzen; |
|
— |
subsidiair, het bestreden arrest te vernietigen voor zover daarbij de litigieuze beslissing is vernietigd wat de verwerping betreft, bij deze beslissing, van het door Scooters India Ltd ingestelde beroep met betrekking tot de waren „vervoermiddelen; middelen voor vervoer over land, door de lucht of over het water”; |
|
— |
de andere partijen in de procedure te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante onderbouwt haar hogere voorziening met twee middelen die zijn ontleend aan, ten eerste, schending van artikel 50, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (1) en, ten tweede, schending van de procedureregels doordat het Gerecht het door Scooters India Ltd ingestelde beroep tot vernietiging niet heeft verworpen voor zover dit beroep ongegrond is verklaard.
Scooters India Ltd is houdster van het gemeenschapsmerk LAMBRETTA, dat onder meer is ingeschreven voor „vervoermiddelen; middelen voor vervoer over land, door de lucht of over het water”, behorend tot klasse 12 van de internationale classificatie van waren. Rekwirante heeft de vervallenverklaring van het merk voor met name de tot klasse 12 behorende waren gevorderd volgens artikel 50, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009, op grond dat geen normaal gebruik van dit merk was gemaakt. Deze vordering is door de nietigheidsafdeling van het BHIM toegewezen. Het tegen deze beslissing door Scooters India Ltd ingestelde beroep is door de eerste kamer van beroep van het BHIM ongegrond verklaard. In het bestreden arrest heeft het Gerecht die beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM vernietigd. Het Gerecht heeft verklaard dat het BHIM overeenkomstig het rechtszekerheidsbeginsel gehouden was om rekening te houden met de waren van klasse 12 waarvoor werd aangevoerd dat het merk normaal was gebruikt, zelfs indien deze waren niet onder de definitie vielen van de waren waarvoor het merk is ingeschreven.
Het Gerecht heeft volgens rekwirante blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te verlangen dat het BHIM het gestelde normaal gebruik van het merk LAMBRETTA onderzoekt voor bepaalde waren, zoals onderdelen, zelfs indien deze waren niet onder de omschrijving vallen van de waren waarvoor het merk LAMBRETTA is ingeschreven met betrekking tot klasse 12. Rekwirante voert aan dat voor een juiste uitlegging van artikel 50, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009 is vereist dat enkel waren die aan de omschrijving van de in de inschrijvingsaanvraag verstrekte kenmerken beantwoorden, in aanmerking worden genomen. Volgens haar had het Gerecht het arrest van het Hof van 19 juni 2012, Chartered Institute of Patent Attorneys (C-307/10, EU:C:2012:361) moeten toepassen.
Rekwirante stelt dan ook dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat het beroep tot vernietiging van de litigieuze beslissing van de kamer van beroep moet worden afgewezen.
Met haar tweede middel betoogt rekwirante voorts dat zelfs indien wordt aangenomen dat het BHIM de waren van klasse 12 waarvoor een normaal gebruik van het merk werd ingeroepen, in aanmerking had moet nemen, het Gerecht een procedurefout heeft gemaakt door de litigieuze beslissing volledig te vernietigen. Gelet op de — door het Gerecht in het bestreden arrest verrichte — vaststelling dat de houdster van het merk LAMBRETTA niet het bewijs had geleverd dat normaal gebruik van het merk was gemaakt voor de waren waarvoor dit merk was ingeschreven (maar door het BHIM te verplichten om niettemin rekening te houden met het gebruik van het merk voor andere waren van dezelfde klasse), had het Gerecht de litigieuze beslissing moeten bevestigen voor zover de kamer van beroep geen enkel normaal gebruik had vastgesteld met betrekking tot de waren waarvoor het merk is ingeschreven.