|
15.2.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 45/20 |
Hogere voorziening ingesteld op 28 november 2013 door Mamoli Robinetteria SpA tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 16 september 2013 in zaak T-376/10, Mamoli Robinetteria/Commissie
(Zaak C-619/13 P)
2014/C 45/36
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: Mamoli Robinetteria SpA (vertegenwoordigers: F. Capelli en M. Valcada, avvocati)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
|
— |
de onderhavige hogere voorziening toewijzen en het arrest van het Gerecht van 16 september 2013 in zaak T-376/10, Mamoli spa/Europese Commissie vernietigen en,
|
|
— |
ten gronde, subsidiair:
|
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van haar hogere voorziening voert rekwirante de zeven middelen aan.
|
1) |
Schending van de procedurele beginselen die gelden voor de formulering van de middelen van het beroep. Rekwirante betoogt dat het Gerecht een belangrijke fout heeft gemaakt door de middelen van het beroep te verwarren met de argumenten die zijn aangevoerd tot staving van die middelen. Die fout heeft ertoe geleid dat een deel van het verweer van rekwirante niet-ontvankelijk is verklaard. |
|
2) |
Schending van de rechten van verweer. Rekwirante betoogt dat de andere partijen in de procedure vóór de vaststelling van het besluit verweerargumenten hebben kunnen uiteenzetten met betrekking tot omstandigheden waarvan Mamoli niet in kennis was gesteld. Het Gerecht heeft dit aspect niet naar behoren beoordeeld. |
|
3) |
Schending van het legaliteitsbeginsel, bij de vaststelling van de mededelingen over het programma inzake medewerking (leniency), in het licht van de schending van de artikelen 101 VWEU tot en met 105 VWEU, alsmede van artikel 23 van verordening nr. 1/2003 (1) van de Raad, in hun onderlinge samenhang gelezen. De gehele procedure is terug te voeren en is gebaseerd op de mededelingen van de Commissie waarbij een zogeheten leniency-programma is ingesteld. Rekwirante stelt dat de Commissie bij het ontbreken van een handeling van de Europese wetgever niet beschikt over de bevoegdheid om te voorzien in de toekenning van gedeeltelijke of volledige immuniteit aan ondernemingen en om op een dergelijke mededeling een anti-trustprocedure te funderen die uitmondt in de oplegging van zware sancties. Het Gerecht heeft geen adequaat antwoord gegeven op de bezwaren van rekwirante en heeft verzuimd dieper in te gaan op de verschillende opgeworpen rechtsvragen. |
|
4) |
Schending van artikel 101 VWEU en van artikel 2 van verordening nr. 1/2003. Rekwirante betoogt dat de Commissie tijdens het onderzoek ernstige fouten heeft gemaakt. De Commissie is voorbij gegaan aan de bijzonderheden van de Italiaanse markt (bijvoorbeeld: structuur, kenmerken, rol van de groothandelaren) en heeft de situatie op de Italiaanse markt teruggebracht tot die welke op de Duitse markt heerst. Deze fout maakt de conclusies van de Commissie met betrekking tot het bestaan, op de Italiaanse markt, van een kartel inzake prijsstelling ongeldig. Voorts heeft de Commissie ten gevolge van de verweten fouten niet voldaan aan de op haar rustende bewijslast. Het belang van de rol van Ideal Standard op de Italiaanse markt is in het geheel niet in aanmerking genomen. Het Gerecht is volledig voorbij gegaan aan de bezwaren en argumenten van rekwirante. |
|
5) |
Schending van de beginselen van evenredigheid, van gelijke behandeling en van het persoonlijke karakter van straffen bij het opleggen van de geldboete aan rekwirante Mamoli en bij de vaststelling van het bedrag ervan. Doordat de Commissie aan rekwirante de maximumstraf heeft opgelegd, heeft zij bovengenoemde beginselen geschonden. De werkelijke handelwijze van rekwirante is niet op passende wijze beoordeeld door de Commissie, die over het totaalbedrag van de geldboete voor de inbreuk heeft beslist zonder rekening te houden met de handelwijze van Mamoli en met de werkelijke invloed van haar handelwijze in het kader van de betwiste inbreuk. De Commissie heeft ook een fout gemaakt door voor Mamoli geen enkele verzachtende omstandigheid te aanvaarden. Hoewel het Gerecht enkele bezwaren van Mamoli in verband met de fouten van de Commissie bij de vaststelling van de geldboete heeft aanvaard, heeft het niet vastgesteld dat deze diende te worden verlaagd. |
|
6) |
Schending van artikel 23 van verordening nr. 1/2003 juncto punt 35 van de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten die uit hoofde van artikel 23, lid 2, sub a, van verordening nr. 1/2003 worden opgelegd (2006/C210/02). Rekwirante betoogt dat de Commissie weliswaar heeft begrepen dat Mamoli zich werkelijk in een ernstige economische situatie bevindt die het vermogen tot betaling van die onderneming ondermijnt, doch een besluit heeft vastgesteld dat niet geschikt is om het in de preambule genoemde doel te bereiken. Het Gerecht heeft de door Mamoli aangevoerde argumenten niet beoordeeld. |
|
7) |
Schending van de procedurevoorschriften. Het Gerecht heeft ten onrechte elk bewijsaanbod van Mamoli afgewezen. |
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1)