|
1.2.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 31/2 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal do Trabalho te Lissabon (Portugal) op 5 november 2013 — Jorge Ítalo Assis dos Santos/Banco de Portugal
(Zaak C-566/13)
2014/C 31/02
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Tribunal do Trabalho de Lisboa
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Jorge Ítalo Assis dos Santos
Verwerende partij: Banco de Portugal
Prejudiciële vragen
|
1) |
Moet een nationaalrechtelijke bepaling die de centrale bank van de betrokken lidstaat ertoe verplicht de betaling te schorsen van de vergoedingen voor de dertiende en veertiende maand aan gepensioneerde werknemers van deze bank, worden geacht in strijd te zijn met artikel 130 VWEU, voor zover dit gepaard gaat met inmenging van de regering (zijnde het centrale bestuur) in de beslissingsbevoegdheden van de bank inzake personeelsbeleid, in strijd met het beginsel van autonomie en onafhankelijkheid van de centrale banken? |
|
2) |
Moet een nationaalrechtelijke bepaling die vereist dat de bedragen van de premies waarvan betaling is geschorst, worden overgedragen aan een orgaan van indirect overheidsbestuur dat afhankelijk en onder de voogdij van het ministerie van Financiën handelt en waarvan de inkomsten en uitgaven in de staatsbegroting worden opgevoerd, worden geacht in strijd te zijn met artikel 123 VWEU, voor zover dit in strijd is met het verbod van financiering van lidstaten door de centrale banken? |
|
3) |
Schendt de beperking van de schorsing van betaling van de vergoedingen voor de dertiende en de veertiende maand tot uitsluitend de gepensioneerde werknemers en niet de in dienst zijnde werknemers het gelijkheidsbeginsel, gelet op het discriminatieverbod van de artikelen 20 en 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (1)? |