Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Harmonisatie van de wetgevingen – Merken – Richtlijn 2008/95 – Tekens die een merk kunnen vormen – Voorstelling, door een gewone tekening zonder opgave van maten of verhoudingen, van de inrichting van een verkoopruimte voor waren – Begrip „diensten” – Diensten die bestaan in verrichtingen betreffende deze waren – Daaronder begrepen – Voorwaarden

(Richtlijn 2008/95 van het Europees Parlement en de Raad, art. 2 en 3)

2. Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van het Hof – Grenzen – Algemene of hypothetische vragen – Vraag die, gelet op het voorwerp van het hoofdgeding, abstract en zuiver hypothetisch is – Niet-ontvankelijkheid

(Art. 267 VWEU)

Samenvatting

1. De artikelen 2 en 3 van merkenrichtlijn 2008/95 moeten aldus worden uitgelegd dat de voorstelling, door een gewone tekening zonder opgave van maten of verhoudingen, van de inrichting van een verkoopruimte voor waren kan worden ingeschreven als merk voor diensten die bestaan in verrichtingen betreffende deze waren, maar niet integrerend deel uitmaken van de verkoop van deze waren, mits die voorstelling geschikt is om de diensten van de merkaanvrager te onderscheiden van die van andere ondernemingen en mits geen van de in deze richtlijn genoemde weigeringsgronden zich daartegen verzet.

(cf. punt 27 en dictum)

2. Een verzoek van een nationale rechterlijke instantie om een prejudiciële beslissing moet worden afgewezen wanneer duidelijk blijkt dat de gevraagde uitlegging van het Unierecht geen verband houdt met een reëel geschil of met het voorwerp van het hoofdgeding.

(cf. punt 30)


Zaak C‑421/13

Apple Inc.

tegen

Deutsches Patent- und Markenamt

(verzoek van het Bundespatentgericht om een prejudiciële beslissing)

„Prejudiciële verwijzing — Merken — Richtlijn 2008/95/EG — Artikelen 2 en 3 — Tekens die een merk kunnen vormen — Onderscheidend vermogen — Voorstelling, door een tekening, van de inrichting van een ‚flagship store’ — Inschrijving als merk voor ‚diensten’ betreffende de in deze winkel te koop aangeboden waren”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Derde kamer) van 10 juli 2014

  1. Harmonisatie van de wetgevingen – Merken – Richtlijn 2008/95 – Tekens die een merk kunnen vormen – Voorstelling, door een gewone tekening zonder opgave van maten of verhoudingen, van de inrichting van een verkoopruimte voor waren – Begrip „diensten” – Diensten die bestaan in verrichtingen betreffende deze waren – Daaronder begrepen – Voorwaarden

    (Richtlijn 2008/95 van het Europees Parlement en de Raad, art. 2 en 3)

  2. Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van het Hof – Grenzen – Algemene of hypothetische vragen – Vraag die, gelet op het voorwerp van het hoofdgeding, abstract en zuiver hypothetisch is – Niet-ontvankelijkheid

    (Art. 267 VWEU)

  1.  De artikelen 2 en 3 van merkenrichtlijn 2008/95 moeten aldus worden uitgelegd dat de voorstelling, door een gewone tekening zonder opgave van maten of verhoudingen, van de inrichting van een verkoopruimte voor waren kan worden ingeschreven als merk voor diensten die bestaan in verrichtingen betreffende deze waren, maar niet integrerend deel uitmaken van de verkoop van deze waren, mits die voorstelling geschikt is om de diensten van de merkaanvrager te onderscheiden van die van andere ondernemingen en mits geen van de in deze richtlijn genoemde weigeringsgronden zich daartegen verzet.

    (cf. punt 27 en dictum)

  2.  Een verzoek van een nationale rechterlijke instantie om een prejudiciële beslissing moet worden afgewezen wanneer duidelijk blijkt dat de gevraagde uitlegging van het Unierecht geen verband houdt met een reëel geschil of met het voorwerp van het hoofdgeding.

    (cf. punt 30)