|
14.4.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 112/20 |
Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 16 januari 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Kúria — Hongarije) — Ferenc Weigl/Nemzeti Innovációs Hivatal
(Zaak C-332/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 30 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Uitvoering van Unierecht - Geen - Kennelijke onbevoegdheid van Hof))
2014/C 112/24
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Kúria
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ferenc Weigl
Verwerende partij: Nemzeti Innovációs Hivatal
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Kúria — Uitlegging van artikel 6 VEU en van de artikelen 30 en 51 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — Bescherming van werknemers in geval van kennelijk onredelijk ontslag — Ontslag zonder opgave van redenen — Ambtenaar bij een overheidsorgaan die is ontslagen op basis van een nationale wettelijke bepaling inzake het ambtenarenstatuut
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om te antwoorden op de vragen die de Kúria (Hongarije) heeft gesteld bij beslissing van 5 juni 2013, zoals aangevuld bij beslissing van 18 juli 2013.