|
9.2.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 46/10 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 3 december 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen — België) — Strafzaak tegen Edgard Jan De Clercq e.a.
(Zaak C-315/13) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Vrij verrichten van diensten - Artikelen 56 VWEU en 57 VWEU - Richtlijn 96/71/EG - Artikel 3, leden 1 en 10 - Richtlijn 2006/123/EG - Artikel 19 - Nationale regeling volgens welke de persoon bij wie gedetacheerde werknemers of stagiairs zijn tewerkgesteld, verplicht is om melding te maken van degenen die niet in de mogelijkheid zijn het ontvangstbewijs over te leggen van de melding die hun in een andere lidstaat gevestigde werkgever in de lidstaat van ontvangst had moeten doen - Strafsanctie))
(2015/C 046/12)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen
Partijen in de strafzaak
Edgard Jan De Clercq, Emiel Amede Rosa De Clercq, Nancy Genevieve Wilhelmina Rottiers, Ermelinda Jozef Martha Tampère, Thermotec NV
Dictum
De artikelen 56 VWEU en 57 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een regeling van een lidstaat als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, volgens welke de afnemer van diensten die worden verricht door gedetacheerde werknemers van een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter, verplicht is om vóór de aanvang van de tewerkstelling van deze werknemers bij de bevoegde instanties melding te doen van hun identificatiegegevens wanneer zij niet in de mogelijkheid zijn het bewijs over te leggen van de melding die hun werkgever vóór de aanvang van deze dienstverrichting bij de bevoegde instanties van deze lidstaat van ontvangst had moeten doen, voor zover deze regeling kan worden gerechtvaardigd uit hoofde van de bescherming van een dwingende reden van algemeen belang, zoals de bescherming van de werknemers of de bestrijding van sociale fraude, op voorwaarde dat vaststaat dat zij geschikt is om de verwezenlijking van de nagestreefde legitieme doelstelling(en) te waarborgen en niet verder gaat dan noodzakelijk is om deze doelstelling(en) te bereiken, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.