|
3.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 225/38 |
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 30 mei 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil Constitutionnel — Frankrijk) — Jeremy F./Premier ministre
(Zaak C-168/13 PPU) (1)
(Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Artikelen 27, lid 4, en 28, lid 3, sub c - Europees aanhoudingsbevel en procedures van overlevering tussen lidstaten - Specialiteitsbeginsel - Verzoek om uitbreiding van Europees aanhoudingsbevel dat overlevering of verzoek om verdere overlevering aan andere lidstaat heeft gerechtvaardigd - Beslissing van rechterlijke instantie van lidstaat van uitvoering waarbij toestemming wordt gegeven - Opschortend beroep - Toelaatbaarheid)
2013/C 225/65
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil Constitutionnel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Jeremy F.
Verwerende partij: Premier ministre
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Conseil Constitutionnel — Uitlegging van de artikelen 27 en 28 van kaderbesluit nr. 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190, blz. 1) — Uitbreiding van werking van Europees aanhoudingsbevel — Bestaan van beroepsmogelijkheid (hogere voorziening) in aangezochte staat tegen beslissing van uitvoerende rechterlijke instantie, in casu de raadkamer van een hof van beroep — Termijn van 30 dagen
Dictum
De artikelen 27, lid 4, en 28, lid 3, sub c, van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich er niet tegen verzetten dat de lidstaten voorzien in een beroepsmogelijkheid waarbij de uitvoering wordt opgeschort van de beslissing van de rechterlijke autoriteit die uitspraak doet, binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het verzoek, om haar toestemming te geven voor hetzij het vervolgen, veroordelen of in hechtenis houden van een persoon met het oog op de uitvoering van een tot vrijheidsbeneming strekkende straf of maatregel, wegens een strafbaar feit dat is gepleegd vóór deze overlevering krachtens een Europees aanhoudingsbevel, niet zijnde het strafbare feit waarvoor zijn overlevering is gevraagd, hetzij voor de overlevering van een persoon aan een andere lidstaat dan de lidstaat van uitvoering, krachtens een Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd wegens een vóór zijn overlevering gepleegd strafbaar feit, voor zover de definitieve beslissing is vastgesteld binnen de in artikel 17 van datzelfde kaderbesluit voorziene termijnen.