5.5.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 135/40


Hogere voorziening ingesteld op 12 maart 2014 door Eva Cuallado Martorell tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 september 2012 in zaak F-96/09, Cuallado Martorell/Commissie

(Zaak T-506/12 P)

(2014/C 135/52)

Procestaal: Spaans

Partijen

Rekwirerende partij: Eva Cuallado Martorell (Augsburg, Duitsland) (vertegenwoordiger: C. Pinto Cañón, advocaat)

Andere partij in de procedure: Europese Commissie

Conclusies

De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:

de hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) in zaak F-96/09 toe te wijzen en het arrest gedeeltelijk te vernietigen, voor zover daarbij werd geoordeeld dat het verzoek om nietigverklaring van het besluit van de jury om verzoekster niet tot het mondelinge examen toe te laten niet-ontvankelijk was, alsmede voor zover daarbij het verzoek om nietigverklaring van de besluiten om rekwirante niet haar gecorrigeerde schriftelijke examens en het individuele beoordelingsformulier daarvan toe te zenden werd afgewezen;

de in eerste aanleg geformuleerde vorderingen volledig toe te wijzen, met uitzondering van de betwisting van de afwijzende besluiten met betrekking tot de schriftelijke examen b en c, voor zover bij die besluiten was geweigerd om rekwirante haar schriftelijke werk en het door de jury opgestelde beoordelingsformulier toe te zenden, aangezien deze haar zijn toegezonden bij schrijven van EPSO van 16 juni 2010 (punten 72 en 73 van het bestreden arrest);

te bevestigen dat de verwerende partij in de kosten van de procedure in eerste aanleg wordt verwezen en haar in de kosten van de procedure in hogere voorziening te veroordelen.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij drie middelen aan.

1.

Eerste middel: het Gerecht voor ambtenarenzaken is van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan, door een aantal in rekwirantes verzoekschrift opgenomen vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, waardoor het inbreuk heeft gemaakt op het in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde recht op een doeltreffende bescherming in rechte.

In zoverre betoogt rekwirante dat het Gerecht voor ambtenarenzaken het beroep met betrekking tot een aantal door haar geformuleerde vorderingen als tardief heeft aangemerkt, door er in strijd met het beginsel pro actione vanuit te gaan dat voor de berekening van de beroepstermijn vanaf de litigieuze maatregel geen rekening moest worden gehouden met de administratieve klacht die zij had ingediend krachtens artikel 90, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

2.

Tweede middel, ontleend aan schending van artikel 41, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van artikel 296 VWEU, daar het GVA heeft geoordeeld dat de mededeling van in twee schriftelijke examens van een vergelijkend onderzoek behaalde punten aan de kandidaten zonder nadere toelichting een toereikende motivering vormt.

Tegen het oordeel van het GVA dat de geheimhouding voor alle werkzaamheden van een jury geldt, hetgeen impliceert dat de immuniteit van het besluit wordt beschermd, wordt aangevoerd dat het mogelijk is om besluiten van een jury aan een rechterlijke toetsing te onderwerpen, uitgaande van het verschil, in het kader van een technische beoordeling, tussen „de materiële kern van het besluit” en de „contouren” ervan.

3.

Derde middel, ontleend aan schending van de artikelen 42 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

In het kader hiervan wordt betoogd dat het Gerecht voor ambtenarenzaken van een verkeerde rechtsopvatting is uitgegaan met zijn oordeel dat rekwirante, die het niet eens was met de behaalde punten, geen recht op inzage in haar gecorrigeerde schriftelijke examens had, zodat haar recht op inzage in documenten is geschonden.