Beschikking van het Hof (Tweede kamer) van 3 mei 2012 —
Ciampaglia
(Zaak C‑185/12)
„Prejudiciële verwijzing — Kennelijke niet-ontvankelijkheid”
Prejudiciële vragen — Ontvankelijkheid — Verzoek dat geen duidelijke vragen bevat en niet voldoende preciseringen van feitelijk en juridisch kader verstrekt — Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 267 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 23; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 92 en 103, lid 1) (cf. punten 4‑9)
Voorwerp
| Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale di Torre Annunziata — Uitlegging van de artikelen 8 en 12 van verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1347/2000 (PB L 338, blz. 1) — Rechterlijke bevoegdheid — Bevoegdheid van het gerecht dat bevoegd is ter zake van een verzoek om scheiding van tafel en bed voor elke kwestie inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid |
Dictum
Het door het Tribunale di Torre Annunziata bij beschikking van 14 maart 2012 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing is kennelijk niet‑ontvankelijk.