|
2.3.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 63/12 |
Hogere voorziening ingesteld op 27 december 2012 door Greinwald GmbH tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 10 oktober 2012 in zaak T-333/11, Nicolas Wessang/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
(Zaak C-608/12 P)
2013/C 63/20
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Greinwald GmbH (vertegenwoordiger: C. Onken, advocate)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), Nicolas Wessang
Conclusies
|
I. |
vernietiging van het arrest van het Gerecht van 10 oktober 2012 in zaak T-333/11, voor zover daarbij het beroep gegrond is verklaard, |
|
II. |
herziening van het arrest van het Gerecht van 10 oktober 2012 in zaak T-333/11, zodat het beroep in zijn geheel wordt toegewezen, |
|
III. |
verwijzing van verzoeker in eerste aanleg in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
In het bestreden arrest is de in artikel 7, lid 1, sub b en c, van de verordening inzake het gemeenschapsmerk (1) vervatte rechtsopvatting onjuist toegepast doordat op basis van de conceptuele overeenstemming van de woorden „foods” en „snacks” is geoordeeld dat een groter verwarringsgevaar dreigt. Ingevolge artikel 7, lid 1, sub b en c, van deze verordening wordt de inschrijving geweigerd van beschrijvende tekens zonder onderscheidend vermogen. Wanneer beschrijvende elementen van een teken zonder onderscheidend vermogen overeenstemmen, is er derhalve geen sprake van verwarringsgevaar of van een groter verwarringsgevaar.
Daaruit volgt dat slechts sprake is van verwarringsgevaar wanneer afbreuk wordt gedaan aan de herkomstaanduidende functie van een merk. Alleen tekens en elementen van tekens die onderscheidend vermogen bezitten, vervullen een herkomstaanduidende functie. Vervult een element van een teken geen herkomstaanduidende functie, dan kan daaraan ook geen afbreuk worden gedaan door het gebruik van een overeenstemmend element van een jonger merk.
Het beginsel dat elementen van een teken zonder onderscheidend vermogen geen verwarringsgevaar in het leven kunnen roepen, komt ten slotte ook tot uitdrukking in de rechtspraak van het Hof, volgens welke het publiek een beschrijvend element van een samengesteld merk doorgaans niet waarneemt als het onderscheidende en dominerende bestanddeel in de totaalindruk van een samengesteld merk.