2.6.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 157/2


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Kúria (Hongarije) op 1 maart 2012 — Franklin Templeton Investment Funds Société d’Investissement à Capital Variable/Nemzeti Adó- és Vámhivatal Kiemelt Ügyek és Adózók Adó Főigazgatósága

(Zaak C-112/12)

2012/C 157/03

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Kúria

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Franklin Templeton Investment Funds Société d’Investissement à Capital Variable

Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Kiemelt Ügyek és Adózók Adó Főigazgatósága

Prejudiciële vragen

1)

Is de door de Hongaarse regeling aan een in Hongarije ingezeten dividendontvanger toegekende vrijstelling van dividendbelasting verenigbaar met de bepalingen van de EU-Verdragen inzake de vrijheid van vestiging (artikel 49 VWEU), het beginsel van gelijke behandeling (artikel 54 VWEU) en het vrije verkeer van kapitaal (artikel 56 VWEU [sic]),

a)

wanneer de niet-ingezeten dividendontvanger alleen is vrijgesteld van dividendbelasting indien hij voldoet aan bepaalde wettelijke voorwaarden, te weten dat zijn deelneming (in het geval van aandelen, zijn gedeelte aandelen op naam) in het maatschappelijk kapitaal van de ingezeten vennootschap op het moment van de uitkering (toekenning) van de dividenden gedurende ten minste twee achtereenvolgende jaren blijvend minstens 20 % bedroeg, gelet op het feit dat indien de blijvende deelneming van 20 % gedurende minder dan twee achtereenvolgende jaren is behouden, de dividenduitkerende vennootschap de dividendbelasting niet moet inhouden en de dividendontvangende vennootschap, of in het geval van uitkeringen in natura de uitkerende vennootschap, deze belasting niet moet betalen bij de indiening van haar belastingaangifte, indien een andere persoon of de dividenduitkeerder zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de belasting;

b)

en gegeven de omstandigheid dat de niet-ingezeten dividendontvanger niet voldoet aan de dienaangaande in de nationale regeling gestelde voorwaarden om vrijgesteld te zijn van de belasting wanneer hetzij zijn deelneming (in het geval van aandelen, zijn gedeelte aandelen op naam) in het maatschappelijk kapitaal van de ingezeten vennootschap op het moment van de uitkering (toekenning) van de dividenden niet de door de wet opgelegde drempel van 20 % bereikt, hetzij deze deelneming niet blijvend 20 % bedroeg gedurende ten minste twee achtereenvolgende jaren, hetzij de blijvende deelneming van 20 % gedurende minder dan twee achtereenvolgende jaren is behouden en de dividenduitkeerder of een derde geen zekerheid voor de betaling van de belasting heeft gesteld[?]

2)

Luidt het antwoord op vraag 1, sub b, anders en, zo ja, hoe, wanneer,

a)

terwijl de ingezeten dividendontvanger overeenkomstig de Hongaarse regeling is vrijgesteld van dividendbelasting, de belastingdruk van de niet-ingezeten dividendontvanger afhangt van het feit of hij onder de toepassing valt van [richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten] of de overeenkomst [tussen de Republiek Hongarije en het Groothertogdom Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, opgesteld te Boedapest op 15 januari 1990], en

b)

terwijl de ingezeten dividendontvanger overeenkomstig de Hongaarse regeling is vrijgesteld van dividendbelasting, de nietingezeten dividendontvanger naargelang zijn eigen nationale recht deze belasting met zijn nationale belasting kan verrekenen, dan wel definitief moet dragen[?]

3)

Kan de nationale belastingdienst zich beroepen op artikel 65, lid 1, VWEU (voorheen artikel 58, lid 1, EG), en oud artikel 220 EG om het gemeenschapsrecht niet ambtshalve toe te passen[?]