Zaak C‑508/12
Walter Vapenik
tegen
Josef Thurner
(verzoek van het Landesgericht Salzburg om een prejudiciële beslissing)
„Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht — Verordening (EG) nr. 805/2004 — Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen — Voorwaarden voor waarmerking van beslissing als executoriale titel — Situatie waarin de beslissing in een geding tussen twee niet bedrijfs‑ of beroepsmatig handelende personen is gegeven in de lidstaat van de schuldeiser”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Negende kamer) van 5 december 2013
Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen – Verordening nr. 805/2004 – Executoriale titels die kunnen worden gewaarmerkt – Vonnis gewezen op grond van een overeenkomst gesloten tussen twee niet bedrijfs‑ of beroepsmatig handelende personen – Daarvan uitgesloten
(Verordening nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad, art. 6, lid 1, sub d; verordening nr. 44/2001 van de Raad, art. 15, lid 1, en 16, leden 1 en 2)
Artikel 6, lid 1, sub d, van verordening nr. 805/2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op overeenkomsten tussen twee niet bedrijfs‑ of beroepsmatig handelende personen.
Uit de bewoordingen van deze bepaling blijkt dat de consument een persoon is die een overeenkomst sluit voor een gebruik dat als niet bedrijfs‑ of beroepsmatig kan worden beschouwd. Deze bepaling preciseert niet, of het voor de kwalificatie van de wederpartij als consument van belang is of de wederpartij van deze consument verkoper is. Teneinde de doelstellingen van de Europese wetgever op het gebied van consumentenovereenkomsten te verwezenlijken en de coherentie van het Unierecht te verzekeren, moet dienaangaande met name rekening worden gehouden met het begrip „consument” in andere Unierechtelijke regelingen en meer bepaald in verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Gelet op de in die bepalingen neergelegde doelstelling van bescherming van de consument, te weten het contractuele evenwicht tussen partijen in de door een consument en een verkoper gesloten overeenkomsten herstellen, kunnen die bepalingen niet worden toegepast op personen die deze bescherming niet behoeven. Indien het begrip „consument” in verordening nr. 805/2004 ruimer zou worden opgevat dan in verordening nr. 44/2001, zouden incoherenties bij de toepassing van deze twee verordeningen kunnen ontstaan. Bijgevolg doelt het begrip „consument” in de zin van artikel 6, lid 1, sub d, van verordening nr. 805/2004 op een persoon die een overeenkomst voor een als niet beroepsmatig aan te merken gebruik sluit met een persoon die in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep handelt.
(cf. punten 24, 25, 31, 37‑39 en dictum)
Zaak C‑508/12
Walter Vapenik
tegen
Josef Thurner
(verzoek van het Landesgericht Salzburg om een prejudiciële beslissing)
„Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht — Verordening (EG) nr. 805/2004 — Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen — Voorwaarden voor waarmerking van beslissing als executoriale titel — Situatie waarin de beslissing in een geding tussen twee niet bedrijfs‑ of beroepsmatig handelende personen is gegeven in de lidstaat van de schuldeiser”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Negende kamer) van 5 december 2013
Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken — Invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen — Verordening nr. 805/2004 — Executoriale titels die kunnen worden gewaarmerkt — Vonnis gewezen op grond van een overeenkomst gesloten tussen twee niet bedrijfs‑ of beroepsmatig handelende personen — Daarvan uitgesloten
(Verordening nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad, art. 6, lid 1, sub d; verordening nr. 44/2001 van de Raad, art. 15, lid 1, en 16, leden 1 en 2)
Artikel 6, lid 1, sub d, van verordening nr. 805/2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op overeenkomsten tussen twee niet bedrijfs‑ of beroepsmatig handelende personen.
Uit de bewoordingen van deze bepaling blijkt dat de consument een persoon is die een overeenkomst sluit voor een gebruik dat als niet bedrijfs‑ of beroepsmatig kan worden beschouwd. Deze bepaling preciseert niet, of het voor de kwalificatie van de wederpartij als consument van belang is of de wederpartij van deze consument verkoper is. Teneinde de doelstellingen van de Europese wetgever op het gebied van consumentenovereenkomsten te verwezenlijken en de coherentie van het Unierecht te verzekeren, moet dienaangaande met name rekening worden gehouden met het begrip „consument” in andere Unierechtelijke regelingen en meer bepaald in verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Gelet op de in die bepalingen neergelegde doelstelling van bescherming van de consument, te weten het contractuele evenwicht tussen partijen in de door een consument en een verkoper gesloten overeenkomsten herstellen, kunnen die bepalingen niet worden toegepast op personen die deze bescherming niet behoeven. Indien het begrip „consument” in verordening nr. 805/2004 ruimer zou worden opgevat dan in verordening nr. 44/2001, zouden incoherenties bij de toepassing van deze twee verordeningen kunnen ontstaan. Bijgevolg doelt het begrip „consument” in de zin van artikel 6, lid 1, sub d, van verordening nr. 805/2004 op een persoon die een overeenkomst voor een als niet beroepsmatig aan te merken gebruik sluit met een persoon die in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep handelt.
(cf. punten 24, 25, 31, 37‑39 en dictum)