Zaak C‑485/12

Maatschap T. van Oosterom en A. van Oosterom-Boelhouwer

tegen

Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

(verzoek van het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een prejudiciële beslissing)

„Landbouw — Gemeenschappelijk landbouwbeleid — Regelingen inzake rechtstreekse steunverlening — Verordening (EG) nr. 73/2009 — Geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde steunregelingen — Systeem voor de identificatie van landbouwpercelen — Subsidiabiliteitsvoorwaarden — Administratieve controles — Controles ter plaatse — Verordening (EG) nr. 796/2004 — Vaststelling van de voor steun in aanmerking komende oppervlakte — Teledetectie — Fysieke inspectie van percelen landbouwgrond”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 10 april 2014

  1. Prejudiciële vragen – Ontvankelijkheid – Grenzen – Kennelijk irrelevante vragen en hypothetische vragen gesteld in een context waarin een nuttig antwoord is uitgesloten

    (Art. 267 VWEU)

  2. Landbouw – Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde steunregelingen – Kruiscontroles – Vaststelling van onjuistheden naar aanleiding van een verificatie op basis van luchtbeelden – Verplichting om een veldinspectie uit te voeren – Geen – Beoordelingsvrijheid betreffende de te geven gevolgen

    (Verordening nr. 796/2004 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 972/2007, art. 24, lid 2)

  1.  Zie de tekst van de beslissing.

    (cf. punten 31, 32)

  2.  Verordening nr. 796/2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij verordening nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, zoals gewijzigd bij verordening nr. 972/2007, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer de geautomatiseerde kruiscontroles waarmee wordt geverifieerd of de door een landbouwer in zijn aanvraag voor bedrijfstoeslag aangegeven percelen voor steun in aanmerking komen, vanwege de lopende actualisering van het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen worden aangevuld met een verificatie op basis van recente luchtbeelden waaruit blijkt dat de aangifte van de landbouwer onjuistheden bevat, de bevoegde autoriteit niet gehouden is een veldinspectie uit te voeren, maar overeenkomstig artikel 24, lid 2, van die verordening beschikt over beoordelingsvrijheid met betrekking tot de dientengevolge te nemen maatregelen. In het bijzonder hoeft die autoriteit geen veldmeting van de betrokken percelen uit te voeren wanneer zij geen enkele twijfel koestert over de meetgegevens die zij heeft ontleend aan de luchtbeelden waarover zij beschikt.

    (cf. punt 63 en dictum)


Zaak C‑485/12

Maatschap T. van Oosterom en A. van Oosterom-Boelhouwer

tegen

Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

(verzoek van het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een prejudiciële beslissing)

„Landbouw — Gemeenschappelijk landbouwbeleid — Regelingen inzake rechtstreekse steunverlening — Verordening (EG) nr. 73/2009 — Geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde steunregelingen — Systeem voor de identificatie van landbouwpercelen — Subsidiabiliteitsvoorwaarden — Administratieve controles — Controles ter plaatse — Verordening (EG) nr. 796/2004 — Vaststelling van de voor steun in aanmerking komende oppervlakte — Teledetectie — Fysieke inspectie van percelen landbouwgrond”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 10 april 2014

  1. Prejudiciële vragen — Ontvankelijkheid — Grenzen — Kennelijk irrelevante vragen en hypothetische vragen gesteld in een context waarin een nuttig antwoord is uitgesloten

    (Art. 267 VWEU)

  2. Landbouw — Gemeenschappelijk landbouwbeleid — Geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde steunregelingen — Kruiscontroles — Vaststelling van onjuistheden naar aanleiding van een verificatie op basis van luchtbeelden — Verplichting om een veldinspectie uit te voeren — Geen — Beoordelingsvrijheid betreffende de te geven gevolgen

    (Verordening nr. 796/2004 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 972/2007, art. 24, lid 2)

  1.  Zie de tekst van de beslissing.

    (cf. punten 31, 32)

  2.  Verordening nr. 796/2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij verordening nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, zoals gewijzigd bij verordening nr. 972/2007, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer de geautomatiseerde kruiscontroles waarmee wordt geverifieerd of de door een landbouwer in zijn aanvraag voor bedrijfstoeslag aangegeven percelen voor steun in aanmerking komen, vanwege de lopende actualisering van het systeem voor de identificatie van de landbouwpercelen worden aangevuld met een verificatie op basis van recente luchtbeelden waaruit blijkt dat de aangifte van de landbouwer onjuistheden bevat, de bevoegde autoriteit niet gehouden is een veldinspectie uit te voeren, maar overeenkomstig artikel 24, lid 2, van die verordening beschikt over beoordelingsvrijheid met betrekking tot de dientengevolge te nemen maatregelen. In het bijzonder hoeft die autoriteit geen veldmeting van de betrokken percelen uit te voeren wanneer zij geen enkele twijfel koestert over de meetgegevens die zij heeft ontleend aan de luchtbeelden waarover zij beschikt.

    (cf. punt 63 en dictum)