Zaak C‑371/12
Enrico Petillo enCarlo Petillo
tegen
Unipol Assicurazioni SpA
(verzoek van het Tribunale di Tivoli om een prejudiciële beslissing)
„Verplichte verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven — Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 90/232/EEG en 2009/103/EG — Verkeersongeval — Immateriële schade — Vergoeding — Nationale bepalingen houdende een bijzondere berekeningswijze in geval van verkeersongevallen, die voor de slachtoffers minder gunstig is dan de berekening waarin in het wettelijkeaansprakelijkheidsstelsel naar gemeen burgerlijk recht voorziet — Verenigbaarheid met deze richtlijnen”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 23 januari 2014
Harmonisatie van wetgevingen — Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen — Verplichtingen van de lidstaten — Algemene verzekeringsplicht voor voertuigen met gebruikelijke standplaats op hun grondgebied — Omvang — Grenzen
(Richtlijnen van de Raad 72/166, art. 3, lid 1, en 84/5, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14)
Harmonisatie van wetgevingen — Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen — Richtlijnen 72/166 en 84/5 — Bepalen van de wettelijke aansprakelijkheidsregeling voor ongevallen ten gevolge van de deelneming aan het verkeer van motorvoertuigen — Bevoegdheid van de lidstaten — Grenzen
(Richtlijnen van de Raad 72/166, art. 1, punt 2, en 84/5, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14)
Harmonisatie van wetgevingen — Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen — Richtlijnen 72/166 en 84/5 — Werkingssfeer — Begrip „lichamelijk letsel” — Strekking — Immateriële schade geleden door de slachtoffers als gevolg van een verkeersongeval — Daaronder begrepen — Voorwaarde
(Richtlijnen van de Raad 72/166 en 84/5, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14)
Harmonisatie van wetgevingen — Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen — Richtlijnen 72/166 en 84/5 — Bepalen van de wettelijke aansprakelijkheidsregeling voor ongevallen ten gevolge van de deelneming aan het verkeer van motorvoertuigen — Vergoeding van immateriële schade — Nationale regeling die de vergoeding van deze schade beperkt ten opzichte van het wettelijkeaansprakelijkheidsstelsel naar gemeen burgerlijk recht — Toelaatbaarheid
(Richtlijnen van de Raad 72/166, art. 3, lid 1, en 84/5, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14, art. 1, leden 1 en 2)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 26‑28)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 29‑33, 42)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 34, 35)
Artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, en artikel 1, leden 1 en 2, van richtlijn 84/5 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale wettelijke regeling die een bijzonder stelsel inhoudt voor de vergoeding van immateriële schade die voortvloeit uit lichte verwondingen ten gevolge van verkeersongevallen op de weg en waarin de vergoeding van deze schade is beperkt ten opzichte van de vergoeding die kan worden toegewezen voor identieke schade die voortvloeit uit andere oorzaken dan ongevallen.
Een dergelijke nationale wettelijke regeling valt namelijk onder het materiële nationale recht inzake wettelijke aansprakelijkheid waarnaar de richtlijnen 72/166 en 84/5 verwijzen, en brengt voorts de in het Unierecht voorgeschreven dekking van de naar nationaal recht geldende wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, door een verzekering overeenkomstig met name deze richtlijnen, niet in het gedrang.
(cf. punten 39, 47 en dictum)
Zaak C‑371/12
Enrico Petillo enCarlo Petillo
tegen
Unipol Assicurazioni SpA
(verzoek van het Tribunale di Tivoli om een prejudiciële beslissing)
„Verplichte verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven — Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 90/232/EEG en 2009/103/EG — Verkeersongeval — Immateriële schade — Vergoeding — Nationale bepalingen houdende een bijzondere berekeningswijze in geval van verkeersongevallen, die voor de slachtoffers minder gunstig is dan de berekening waarin in het wettelijkeaansprakelijkheidsstelsel naar gemeen burgerlijk recht voorziet — Verenigbaarheid met deze richtlijnen”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 23 januari 2014
Harmonisatie van wetgevingen – Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen – Verplichtingen van de lidstaten – Algemene verzekeringsplicht voor voertuigen met gebruikelijke standplaats op hun grondgebied – Omvang – Grenzen
(Richtlijnen van de Raad 72/166, art. 3, lid 1, en 84/5, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14)
Harmonisatie van wetgevingen – Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen – Richtlijnen 72/166 en 84/5 – Bepalen van de wettelijke aansprakelijkheidsregeling voor ongevallen ten gevolge van de deelneming aan het verkeer van motorvoertuigen – Bevoegdheid van de lidstaten – Grenzen
(Richtlijnen van de Raad 72/166, art. 1, punt 2, en 84/5, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14)
Harmonisatie van wetgevingen – Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen – Richtlijnen 72/166 en 84/5 – Werkingssfeer – Begrip „lichamelijk letsel” – Strekking – Immateriële schade geleden door de slachtoffers als gevolg van een verkeersongeval – Daaronder begrepen – Voorwaarde
(Richtlijnen van de Raad 72/166 en 84/5, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14)
Harmonisatie van wetgevingen – Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen – Richtlijnen 72/166 en 84/5 – Bepalen van de wettelijke aansprakelijkheidsregeling voor ongevallen ten gevolge van de deelneming aan het verkeer van motorvoertuigen – Vergoeding van immateriële schade – Nationale regeling die de vergoeding van deze schade beperkt ten opzichte van het wettelijkeaansprakelijkheidsstelsel naar gemeen burgerlijk recht – Toelaatbaarheid
(Richtlijnen van de Raad 72/166, art. 3, lid 1, en 84/5, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14, art. 1, leden 1 en 2)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 26‑28)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 29‑33, 42)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 34, 35)
Artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, en artikel 1, leden 1 en 2, van richtlijn 84/5 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale wettelijke regeling die een bijzonder stelsel inhoudt voor de vergoeding van immateriële schade die voortvloeit uit lichte verwondingen ten gevolge van verkeersongevallen op de weg en waarin de vergoeding van deze schade is beperkt ten opzichte van de vergoeding die kan worden toegewezen voor identieke schade die voortvloeit uit andere oorzaken dan ongevallen.
Een dergelijke nationale wettelijke regeling valt namelijk onder het materiële nationale recht inzake wettelijke aansprakelijkheid waarnaar de richtlijnen 72/166 en 84/5 verwijzen, en brengt voorts de in het Unierecht voorgeschreven dekking van de naar nationaal recht geldende wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, door een verzekering overeenkomstig met name deze richtlijnen, niet in het gedrang.
(cf. punten 39, 47 en dictum)