Zaak C-99/12
Eurofit SA
tegen
Belgisch interventie- en restitutiebureau (BIRB)
(verzoek van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel om een prejudiciële beslissing)
„Verzoek om prejudiciële beslissing — Landbouw — Gemeenschappelijke ordening van markten — Verordening (EEG) nr. 3665/87 — Restituties bij uitvoer — Verduistering van voor uitvoer bestemde goederen — Verplichting van exporteur tot terugbetaling — Niet-mededeling door bevoegde autoriteiten van informatie betreffende betrouwbaarheid van medecontractant die verdacht wordt van fraude — Geval van overmacht — Geen”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 18 juli 2013
Recht van de Unie – Beginselen – Overmacht – Begrip – Abnormale en onvoorzienbare omstandigheden die zich hebben voorgedaan buiten toedoen van degene die zich erop beroept, en waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden – Beoordeling met inachtneming van regelgeving – Gebied van restituties bij uitvoer
(Verordening nr. 3665/87 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, art. 5 en 11)
Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Restituties bij uitvoer – Voorwaarden voor toekenning – Invoer van product in land van bestemming – Artikel 5 van verordening nr. 3665/87 – Toepassingsvoorwaarden – Uitzonderingen – Geval van overmacht – Strikte uitlegging
(Verordening nr. 3665/87 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, art. 5, lid 1, eerste alinea, en lid 3)
Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Restituties bij uitvoer – Onjuiste aangifte – Geldelijke sanctie opgelegd aan exporteur – Objectieve aansprakelijkheid, ongeacht fout van exporteur – Verhoging in geval van opzet van exporteur
(Verordening nr. 3665/87 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, art. 11, lid 1, eerste alinea)
Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Restituties bij uitvoer – Onjuiste aangifte wegens door medecontractant gepleegde fraude – Sanctie – Niet-toepasselijkheid in uitzonderlijke gevallen – Draagwijdte – Niet-mededeling door bevoegde autoriteiten van informatie betreffende betrouwbaarheid van medecontractant – Daaronder begrepen – Geen invloed op verplichting van exporteur om ten onrechte ontvangen restituties terug te betalen
(Verordening nr. 3665/87 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, art. 11, lid 1, derde alinea)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 31-34)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 35-37)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 38-40)
De omstandigheid dat de bevoegde douaneautoriteiten de exporteur niet op de hoogte hebben gebracht van het feit dat zijn medecontractant mogelijkerwijs fraude had gepleegd, vormt geen geval van overmacht in de zin van de bepalingen van verordening nr. 3665/87 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, en inzonderheid van artikel 11, lid 1, derde alinea, eerste streepje, van deze verordening. Ook al levert dit verzuim mogelijkerwijs een uitzonderlijk geval op in de zin van artikel 11, lid 1, derde alinea, tweede streepje, van verordening nr. 3665/87, het stelt de betrokken exporteur niet vrij van zijn verplichting om de ten onrechte ontvangen restituties terug te betalen en deze laatste hoeft daardoor enkel de bij genoemd artikel 11 vastgestelde geldstraffen niet te betalen.
In dit verband worden exporteurs volgens artikel 11, lid 1, derde alinea, van deze verordening alleen ontslagen van de verplichting een geldstraf te betalen, doch niet van de verplichting de als voorschot ontvangen restituties terug te betalen. De uitputtende opsomming in artikel 11, lid 1, derde alinea, van die verordening kan immers niet worden uitgebreid met een nieuwe, met name aan het ontbreken van verwijtbaar gedrag van de exporteur ontleende, uitsluitingsgrond. Zelfs indien de fout of vergissing van een medecontractant van de exporteur voor deze laatste mogelijkerwijs een omstandigheid vormt die hem niet kan worden toegerekend, neemt dit niet weg dat die fout of vergissing tot de normale handelsrisico’s behoort – ook ingeval de medecontractant strafrechtelijk is veroordeeld voor vervalsing van documenten die voor uitvoerrestituties zijn gebruikt – en in het kader van handelstransacties dus niet als een onvoorzienbare omstandigheid kan worden aangemerkt. De exporteur is vrij bij de keuze van zijn medecontractanten en dient de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen, hetzij door daartoe strekkende clausules op te nemen in de met hen te sluiten overeenkomsten, hetzij door een bijzondere verzekering aan te gaan.
(cf. punten 42, 43, 49 en dictum)
Zaak C-99/12
Eurofit SA
tegen
Belgisch interventie- en restitutiebureau (BIRB)
(verzoek van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel om een prejudiciële beslissing)
„Verzoek om prejudiciële beslissing — Landbouw — Gemeenschappelijke ordening van markten — Verordening (EEG) nr. 3665/87 — Restituties bij uitvoer — Verduistering van voor uitvoer bestemde goederen — Verplichting van exporteur tot terugbetaling — Niet-mededeling door bevoegde autoriteiten van informatie betreffende betrouwbaarheid van medecontractant die verdacht wordt van fraude — Geval van overmacht — Geen”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 18 juli 2013
Recht van de Unie — Beginselen — Overmacht — Begrip — Abnormale en onvoorzienbare omstandigheden die zich hebben voorgedaan buiten toedoen van degene die zich erop beroept, en waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden — Beoordeling met inachtneming van regelgeving — Gebied van restituties bij uitvoer
(Verordening nr. 3665/87 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, art. 5 en 11)
Landbouw — Gemeenschappelijke ordening van markten — Restituties bij uitvoer — Voorwaarden voor toekenning — Invoer van product in land van bestemming — Artikel 5 van verordening nr. 3665/87 — Toepassingsvoorwaarden — Uitzonderingen — Geval van overmacht — Strikte uitlegging
(Verordening nr. 3665/87 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, art. 5, lid 1, eerste alinea, en lid 3)
Landbouw — Gemeenschappelijke ordening van markten — Restituties bij uitvoer — Onjuiste aangifte — Geldelijke sanctie opgelegd aan exporteur — Objectieve aansprakelijkheid, ongeacht fout van exporteur — Verhoging in geval van opzet van exporteur
(Verordening nr. 3665/87 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, art. 11, lid 1, eerste alinea)
Landbouw — Gemeenschappelijke ordening van markten — Restituties bij uitvoer — Onjuiste aangifte wegens door medecontractant gepleegde fraude — Sanctie — Niet-toepasselijkheid in uitzonderlijke gevallen — Draagwijdte — Niet-mededeling door bevoegde autoriteiten van informatie betreffende betrouwbaarheid van medecontractant — Daaronder begrepen — Geen invloed op verplichting van exporteur om ten onrechte ontvangen restituties terug te betalen
(Verordening nr. 3665/87 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, art. 11, lid 1, derde alinea)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 31-34)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 35-37)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 38-40)
De omstandigheid dat de bevoegde douaneautoriteiten de exporteur niet op de hoogte hebben gebracht van het feit dat zijn medecontractant mogelijkerwijs fraude had gepleegd, vormt geen geval van overmacht in de zin van de bepalingen van verordening nr. 3665/87 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, en inzonderheid van artikel 11, lid 1, derde alinea, eerste streepje, van deze verordening. Ook al levert dit verzuim mogelijkerwijs een uitzonderlijk geval op in de zin van artikel 11, lid 1, derde alinea, tweede streepje, van verordening nr. 3665/87, het stelt de betrokken exporteur niet vrij van zijn verplichting om de ten onrechte ontvangen restituties terug te betalen en deze laatste hoeft daardoor enkel de bij genoemd artikel 11 vastgestelde geldstraffen niet te betalen.
In dit verband worden exporteurs volgens artikel 11, lid 1, derde alinea, van deze verordening alleen ontslagen van de verplichting een geldstraf te betalen, doch niet van de verplichting de als voorschot ontvangen restituties terug te betalen. De uitputtende opsomming in artikel 11, lid 1, derde alinea, van die verordening kan immers niet worden uitgebreid met een nieuwe, met name aan het ontbreken van verwijtbaar gedrag van de exporteur ontleende, uitsluitingsgrond. Zelfs indien de fout of vergissing van een medecontractant van de exporteur voor deze laatste mogelijkerwijs een omstandigheid vormt die hem niet kan worden toegerekend, neemt dit niet weg dat die fout of vergissing tot de normale handelsrisico’s behoort – ook ingeval de medecontractant strafrechtelijk is veroordeeld voor vervalsing van documenten die voor uitvoerrestituties zijn gebruikt – en in het kader van handelstransacties dus niet als een onvoorzienbare omstandigheid kan worden aangemerkt. De exporteur is vrij bij de keuze van zijn medecontractanten en dient de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen, hetzij door daartoe strekkende clausules op te nemen in de met hen te sluiten overeenkomsten, hetzij door een bijzondere verzekering aan te gaan.
(cf. punten 42, 43, 49 en dictum)