ARREST VAN HET HOF (Vierde kamer)
25 april 2013 ( *1 )
„Gemeenschappelijke ondernemingen — Met personeelsleden gesloten overeenkomsten — Toepasselijke regeling — Verordening (EG) nr. 876/2002”
In zaak C-89/12,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Hof van Cassatie (België) bij arrest van 30 januari 2012, ingekomen bij het Hof op 17 februari 2012, in de procedure
Rose Marie Bark
tegen
Galileo Joint Undertaking, in vereffening,
wijst HET HOF (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: L. Bay Larsen, kamerpresident, J. Malenovský (rapporteur), U. Lõhmus, M. Safjan en A. Prechal, rechters,
advocaat-generaal: P. Mengozzi,
griffier: M.-A. Gaudissart, hoofd van administratieve eenheid,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 30 januari 2013,
gelet op de opmerkingen van:
|
— |
R. M. Bark, vertegenwoordigd door W. van Eeckhoutte, advocaat, |
|
— |
Galileo Joint Undertaking, in vereffening, vertegenwoordigd door P. Van Ommeslaghe, advocaat, |
|
— |
de Europese Commissie, vertegenwoordigd door J. Currall en W. Roels als gemachtigden, |
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
|
1 |
Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 11, lid 2, van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo, opgenomen in de bijlage bij verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad van 21 mei 2002 tot oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Galileo (PB L 138, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1943/2006 van de Raad van 12 december 2006 (PB L 367, blz. 21; hierna: „verordening nr. 876/2002”), en van artikel 2 van deze verordening. |
|
2 |
Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Bark en Galileo Joint Undertaking (gemeenschappelijke onderneming Galileo; hierna: „Galileo”) betreffende de betaling van achterstallig loon en vakantiegeld. |
Toepasselijke bepalingen
Unierecht
Verordening nr. 876/2002
|
3 |
Artikel 1 van verordening nr. 876/2002 luidt: „Voor de uitvoering van de ontwikkelingsfase van het Galileo-programma inzake radionavigatie per satelliet wordt bij dezen tot en met 31 december 2006 een gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 171 van het Verdrag opgericht. Deze onderneming heeft ten doel de eenheid van het beheer en de financiële controle van het project voor de onderzoeks-, ontwikkelings- en demonstratiefase van het Galileo-programma te waarborgen en met het oog daarop de financiële middelen ten behoeve van dit programma bijeen te brengen. De gemeenschappelijke onderneming zal worden behandeld als een internationale instelling in de zin van artikel 15, punt 10, tweede streepje, van richtlijn 77/388/EEG, en als een internationale organisatie in de zin van artikel 23, lid 1, tweede streepje, van richtlijn 92/12/EEG. De onderneming heeft haar zetel te Brussel.” |
|
4 |
Artikel 2 van verordening nr. 876/2002 luidt: „De statuten van de gemeenschappelijke onderneming, als omschreven in de bijlage bij deze verordening, worden bij dezen vastgesteld.” |
|
5 |
Artikel 11, leden 2 en 4, van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo bepaalt: „2. De personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming worden in dienst genomen met een contract van bepaalde duur, dat is opgesteld op basis van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen. [...] 4. De raad van bestuur stelt de noodzakelijke uitvoeringsbepalingen vast.” |
Verordening (EG) nr. 219/2007
|
6 |
Artikel 3 van verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad van 27 februari 2007 betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR) (PB L 64, blz. 1) luidt: „De in de bijlage opgenomen statuten van de gemeenschappelijke onderneming vormen een integrerend deel van deze verordening en worden hierbij vastgesteld.” |
|
7 |
Artikel 8, lid 2, van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR) luidt: „De personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming worden in dienst genomen met een contract van bepaalde duur, dat is opgesteld op basis van de regeling welke van toepassing is op de personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.” |
Verordening (EG) nr. 71/2008
|
8 |
Artikel 3 van verordening (EG) nr. 71/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky (PB 2008, L 30, blz. 1) luidt: „De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky is een communautair orgaan en heeft rechtspersoonlijkheid. In alle lidstaten van de Gemeenschap bezit zij de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de betrokken lidstaat aan rechtspersonen wordt verleend. Zij kan met name roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden en in rechte optreden.” |
|
9 |
Artikel 7, lid 1, van die verordening luidt: „Het statuut en de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de Gemeenschappen met het doel dit statuut en deze regeling toe te passen, gelden voor het personeel van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en de uitvoerend directeur daarvan.” |
Verordening (EG) nr. 72/2008
|
10 |
Artikel 3 van verordening (EG) nr. 72/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de „gemeenschappelijke onderneming ENIAC” (PB 2008, L 30, blz. 21) luidt: „De gemeenschappelijke onderneming ENIAC is een orgaan van de Gemeenschap en heeft rechtspersoonlijkheid. In elk lidstaat bezit zij de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de betrokken lidstaat aan rechtspersonen wordt verleend. Zij kan met name roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden en in rechte optreden.” |
|
11 |
Artikel 7, lid 1, van die verordening luidt: „Het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen en de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Gemeenschappen met het doel dit statuut en deze regeling toe te passen, gelden voor het personeel van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en de uitvoerend directeur daarvan.” |
Verordening (EG) nr. 73/2008
|
12 |
Artikel 3 van verordening (EG) nr. 73/2008 van de Raad van 20 december 2007 tot oprichting van de gemeenschappelijke onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (PB 2008, L 30, blz. 38) bepaalt: „De gemeenschappelijke onderneming [voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (hierna: ‚gemeenschappelijke onderneming IMI’)] is een communautair orgaan en heeft rechtspersoonlijkheid. In elke lidstaat van de Europese Gemeenschap bezit zij de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de betrokken lidstaat aan rechtspersonen wordt verleend. Zij kan met name roerende en onroerende goederen verwerven en vervreemden, en in rechte optreden.” |
|
13 |
Artikel 7, lid 1, van verordening nr. 73/2008 luidt: „Het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, alsmede de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Gemeenschappen met het doel dit statuut en deze regeling toe te passen, gelden voor de gemeenschappelijke onderneming IMI en de uitvoerend directeur daarvan.” |
Verordening (EG) nr. 74/2008
|
14 |
Artikel 3 van verordening (EG) nr. 74/2008 van de Raad van 20 december 2007 betreffende de oprichting van de „gemeenschappelijke onderneming Artemis” voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen (PB 2008, L 30, blz. 52) luidt: „De gemeenschappelijke onderneming Artemis is een orgaan van de Gemeenschap en heeft rechtspersoonlijkheid. In alle lidstaten van de Europese Gemeenschap bezit zij de ruimste handelingsbevoegdheid die door de wetgeving van de betrokken lidstaat aan rechtspersonen wordt verleend. Zij kan met name roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden en in rechte optreden.” |
|
15 |
Artikel 7, lid 1, van verordening nr. 74/2008 luidt: „Het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen en de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Gemeenschappen met het doel dit statuut en deze regeling toe te passen, gelden voor het personeel van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en de uitvoerend directeur daarvan.” |
Belgisch recht
|
16 |
Volgens artikel 51 van de Wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités (Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969) is de hiërarchie van de bronnen van de verbintenissen in de arbeidsbetrekkingen tussen werkgevers en werknemers als volgt vastgesteld:
[...]
[...]” |
Hoofdgeding en prejudiciële vraag
|
17 |
Op 1 september 2003 is Bark als directiesecretaresse bij Galileo in dienst getreden voor bepaalde tijd, namelijk tot en met 31 mei 2006. |
|
18 |
Het brutojaarloon van Bark, dat is vastgelegd in haar arbeidsovereenkomst, bedroeg 53719,12 EUR. Op 1 maart 2004 ontving betrokkene een loonsverhoging van 5 % als erkenning voor de uitvoering van haar taken. |
|
19 |
Op 23 augustus 2004 heeft Bark de loonschaal waarin zij was ingedeeld, betwist omdat deze niet in overeenstemming was met de rangen binnen de Europese overheidsdienst. |
|
20 |
In zijn antwoord op de betwisting van betrokkene heeft de directeur van Galileo verwezen naar de van toepassing zijnde Belgische wettelijke bepalingen en de tussen de partijen bij de arbeidsovereenkomst gemaakte loonafspraken in artikel 7 van die overeenkomst. In dat antwoord heeft hij er tevens op gewezen dat volgens de gemeenschapsregeling Galileo niet verplicht was het loonstelsel van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen toe te passen, aangezien de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo slechts bepaalden dat het arbeidsvoorwaardenstelsel geïnspireerd moest zijn op de regeling welke van toepassing was op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen. |
|
21 |
Op 4 november 2004 is een bijlage ondertekend en aan de arbeidsovereenkomst van Bark gehecht. In die bijlage was bepaald dat zij „executive assistant” werd en dat haar jaarloon per 1 november 200470176,30 EUR bedroeg. |
|
22 |
Op 28 januari 2005 heeft Bark de voor haar functie gehanteerde loonschaal opnieuw betwist. |
|
23 |
Op 16 februari 2005 heeft Galileo de betwisting van betrokkene verworpen onder verwijzing naar de ondertekening van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst van 26 augustus 2003 en de ondertekening van de daaraan gehechte en vanaf 1 november 2004 geldende bijlage, waarmee Bark dat loon uitdrukkelijk had aanvaard. |
|
24 |
Op 14 maart 2006 hebben de partijen in het hoofdgeding nog een bijlage ondertekend en aan de arbeidsovereenkomst gehecht, waarbij de looptijd van deze overeenkomst werd verlengd tot en met 31 december 2006. Alle andere contractuele bepalingen en voorwaarden bleven van toepassing. |
|
25 |
Op 20 december 2006 heeft Bark de ten aanzien van haar gehanteerde loonschaal nogmaals betwist. Bij brief van 9 januari 2007 heeft Galileo onder verwijzing naar haar vorige antwoord de betwisting van betrokkene verworpen. |
|
26 |
Bij gebreke van overeenstemming heeft Bark Galileo op 28 december 2007 voor de Arbeidsrechtbank te Brussel gedagvaard en betaling van achterstallig loon en bijbehorend vakantiegeld gevorderd. |
|
27 |
Bij vonnis van 12 februari 2009 heeft de Arbeidsrechtbank te Brussel de vordering van Bark ontvankelijk maar ongegrond verklaard, gelet op de loonbepalingen in de tussen de partijen gesloten arbeidsovereenkomst en in de daaraan gehechte bijlage, en op de grond dat uit artikel 11 van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo geen verplichting volgde om identieke loonvoorwaarden toe te kennen als die welke voor personeelsleden van andere instellingen van de Unie golden. |
|
28 |
Bark is tegen dat vonnis in hoger beroep gegaan. |
|
29 |
Bij arrest van 23 april 2010 heeft het Arbeidshof te Brussel dat hoger beroep ontvankelijk, maar ongegrond verklaard. |
|
30 |
Bark heeft tegen dat arrest beroep in cassatie ingesteld. |
|
31 |
Daarop heeft het Hof van Cassatie de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: „Dient artikel 11.2 van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo, gevoegd in bijlage bij [verordening nr. 876/2002], in samenhang met artikel 2 van die verordening, zo te worden uitgelegd dat de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese [Gemeenschappen], en meer bepaald de in die regeling bepaalde loonvoorwaarden, van toepassing is op de personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming Galileo die in dienst worden genomen met een contract van bepaalde duur?” |
Beantwoording van de prejudiciële vraag
|
32 |
Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 11, lid 2, van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo aldus moet worden uitgelegd dat de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, en in het bijzonder de daarin opgenomen loonvoorwaarden, geldt voor de personeelsleden van Galileo die in dienst worden genomen met een contract van bepaalde duur. |
|
33 |
Volgens artikel 11, lid 2, van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo worden haar personeelsleden „in dienst genomen met een contract van bepaalde duur, dat is opgesteld op basis van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen”. |
|
34 |
Om te beginnen moet echter worden vastgesteld dat de verschillende taalversies van deze bepaling in zekere mate verschillen wat betreft de vraag of die regeling geldt voor de personeelsleden van Galileo die in dienst worden genomen met een contract van bepaalde duur. Terwijl immers met name in de Franse („s’inspirant de”) of de Italiaanse („si ispira”) taalversie in dit verband de bewoordingen „geïnspireerd op” worden gebruikt, is in de Spaanse („basado en”), de Tsjechische („vychází z”), de Poolse („oparte na”), de Engelse („based on”) of de Nederlandse („opgesteld op basis van”) taalversie sprake van „gebaseerd op”. In de Duitse taalversie wordt „overeenkomstig” („gemäß”) gebruikt. |
|
35 |
Bark stelt zich onder verwijzing naar met name de Duitse taalversie van artikel 11, lid 2, op het standpunt dat volgens deze bepaling de „regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen”, en in het bijzonder de daarin opgenomen loonvoorwaarden, moet worden toegepast op de personeelsleden van Galileo die in dienst worden genomen met een contract van bepaalde duur. |
|
36 |
Volgens vaste rechtspraak kan de in een van de taalversies van een Unierechtelijke bepaling gebruikte formulering niet als enige grondslag voor de uitlegging van die bepaling dienen; evenmin kan er in zoverre voorrang aan worden toegekend boven de andere taalversies. Een dergelijke benadering zou immers onverenigbaar zijn met het vereiste van eenvormige toepassing van het Unierecht (zie arresten van 12 november 1998, Institute of the Motor Industry, C-149/97, Jurispr. blz. I-7053, punt 16, en 3 april 2008, Endendijk, C-187/07, Jurispr. blz. I-2115, punt 23). |
|
37 |
Bijgevolg moet worden bepaald welke eenvormige uitlegging aan artikel 11, lid 2, van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo dient te worden gegeven, rekening houdend met alle taalversies van deze bepaling. |
|
38 |
In dit verband moet worden vastgesteld dat ondanks de vermelde kleine verschillen tussen de geciteerde taalversies in geen enkele daarvan sprake is van „toepassen”. In de verschillende taalversies wordt een minder precieze formulering gebruikt die wijst op een indirect verband tussen het statuut van de personeelsleden van Galileo en de „regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen”. |
|
39 |
Hieruit volgt dat de gemeenschapswetgever wilde vermijden dat de „regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen” rechtstreeks zou worden toegepast op de personeelsleden van Galileo die in dienst worden genomen met een contract van bepaalde duur. De verschillende taalversies leiden tot de conclusie dat de wetgever enige ruimte heeft willen laten aan Galileo, met dien verstande dat deze gemeenschappelijke onderneming die regeling als indirecte bron diende te gebruiken. |
|
40 |
Bovendien moet, wanneer er verschillen bestaan tussen de taalversies van een Unierechtelijke bepaling, bij de uitlegging van de betrokken bepaling worden gelet op de context en de doelstelling van de regeling waarvan zij een onderdeel vormt (zie in die zin arrest van 26 april 2012, DR en TV2 Danmark, C-510/10, punt 45). |
|
41 |
Nagegaan moet dus worden of bij de beoordeling van de context van de betrokken bepaling en van het met die bepaling beoogde doel de in punt 39 van het onderhavige arrest gegeven uitlegging wordt bevestigd. |
|
42 |
Zoals de Europese Commissie ter terechtzitting heeft opgemerkt en tevens blijkt uit de toelichting bij het voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van een gemeenschappelijke onderneming Galileo (PB 2001, C 270 E, blz. 119), is er bij de oprichting van Galileo van uitgegaan dat een gemeenschappelijke onderneming een soepele structuur diende te zijn en dus niet als een orgaan van de Gemeenschap kon worden beschouwd. |
|
43 |
Voorts heeft de Commissie ter terechtzitting betoogd dat bij de oprichting van Galileo een belangrijk vraagstuk was hoe zou worden omgegaan met de juridische gevolgen van een particuliere deelneming in het kapitaal van deze gemeenschappelijke onderneming. Wat meer in het bijzonder het statuut van het personeel van Galileo betreft, rees met name de vraag of een particuliere organisatie die eigen rechtspersoonlijkheid heeft, onafhankelijk van die van de Europese Gemeenschappen, en in de financiering van een gemeenschappelijke onderneming zoals Galileo participeert, eigenlijk wel verplicht kon worden gebruik te maken van de „regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen”. |
|
44 |
Om een antwoord te geven op die delicate vragen en tegemoet te komen aan de behoefte aan flexibiliteit, heeft de gemeenschapswetgever aan Galileo een aanzienlijke mate van autonomie gelaten, zodat Galileo zelf kon bepalen welke regeling zou gelden voor haar personeelsleden die in dienst worden genomen met een contract van bepaalde duur, waarbij de „regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen” als inspiratiebron gold. |
|
45 |
Weliswaar hebben de instellingen van de Unie wat betreft de oprichting van gemeenschappelijke ondernemingen, zoals ook blijkt uit de toelichting bij het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van verordening nr. 219/2007 [COM(2008) 483 definitief], in het kader van de uitvoering in de jaren 2007 tot en met 2013 van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling een nieuwe aanpak gekozen waarbij deze ondernemingen voortaan worden erkend als „organen van de Unie” die beschikken over de voorrechten en immuniteiten van de Unie. Bijgevolg gelden het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie voor de personeelsleden van die organen, en is het Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie van toepassing op die organen en de leden van hun personeel. Evenwel moet erop worden gewezen dat in elk geval pas in 2007, dus na het stopzetten van de activiteiten van Galileo, is gekozen voor die nieuwe aanpak, die met name wordt gehanteerd in het kader van de verordeningen betreffende de gemeenschappelijke ondernemingen Clean Sky, ENIAC, IMI en Artemis, waarin uitdrukkelijk is bepaald dat het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen „gelden” voor het personeel van deze organen van de Gemeenschap. |
|
46 |
Gelet op al het voorgaande moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 11, lid 2, van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo aldus moet worden uitgelegd dat de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, en in het bijzonder de daarin opgenomen loonvoorwaarden, niet geldt voor de personeelsleden van Galileo die in dienst worden genomen met een contract van bepaalde duur. |
Kosten
|
47 |
Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. |
|
Het Hof (Vierde kamer) verklaart voor recht: |
|
Artikel 11, lid 2, van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Galileo, opgenomen in de bijlage bij verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad van 21 mei 2002 tot oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Galileo, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1943/2006 van de Raad van 12 december 2006, moet aldus worden uitgelegd dat de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, en in het bijzonder de daarin opgenomen loonvoorwaarden, niet geldt voor de personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming Galileo die in dienst worden genomen met een contract van bepaalde duur. |
|
ondertekeningen |
( *1 ) Procestaal: Nederlands.