4.8.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 253/7


Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 5 juni 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale di Fermo — Italië) — Strafzaak tegen M

(Zaak C-398/12) (1)

((Overeenkomst ter uitvoering van Schengenakkoord - Artikel 54 - Beginsel ne bis in idem - Werkingssfeer - Beschikking door rechterlijke instantie van overeenkomstsluitende staat houdende ontbreken van grond voor verwijzing naar vonnisgerecht wegens onvoldoende bezwaren - Mogelijkheid tot heropening van gerechtelijk vooronderzoek in geval van nieuwe bezwaren - Begrip persoon die „bij onherroepelijk vonnis [...] is berecht” - Strafvervolging van dezelfde persoon wegens dezelfde feiten in andere overeenkomstsluitende staat - Beëindiging van strafvervolging en toepassing van beginsel ne bis in idem))

2014/C 253/09

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Tribunale di Fermo

Partij in de strafzaak

M

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale di Fermo — Uitlegging van artikel 54 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst — Beginsel ne bis in idem — Begrip persoon die „bij onherroepelijk vonnis [...] is berecht” — Onherroepelijke beslissing tot buitenvervolgingstelling van een rechterlijke instantie van een lidstaat

Dictum

Artikel 54 van de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, ondertekend te Schengen (Luxemburg) op 19 juni 1990, moet aldus worden uitgelegd dat een beschikking houdende dat er geen grond is om de verdachte naar een vonnisgerecht te verwijzen die, in de overeenkomstsluitende staat waar deze beschikking is gegeven, in de weg staat aan hernieuwde vervolging van de persoon op wie de beschikking betrekking heeft ter zake van dezelfde feiten, tenzij nieuwe bezwaren tegen hem aan het licht komen, moet worden beschouwd als een beslissing die een onherroepelijk vonnis in de zin van dat artikel inhoudt en dientengevolge in de weg staat aan hernieuwde vervolging van dezelfde persoon ter zake van dezelfde feiten in een andere overeenkomstsluitende staat


(1)  PB C 355 van 17.11.2012.