14.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 367/12


Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 17 oktober 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Högsta domstolen — Zweden) — Billerud Karlsborg AB, Billerud Skärblacka AB/Naturvårdsverket

(Zaak C-203/12) (1)

(Richtlijn 2003/87/EG - Regeling voor handel in broeikasgasemissierechten - Boete wegens overmatige emissie - Begrip „overmatige emissie” - Gelijkstelling met schending van verplichting om binnen door richtlijn voorgeschreven termijnen voldoende emissierechten in te leveren ter dekking van emissies van voorgaande jaar - Geen bevrijdingsgrond bij daadwerkelijk bezit van niet-ingeleverde emissierechten, behoudens overmacht - Onmogelijkheid om boete te wijzigen - Evenredigheid)

2013/C 367/20

Procestaal: Zweeds

Verwijzende rechter

Högsta domstolen

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Billerud Karlsborg AB, Billerud Skärblacka AB

Verwerende partij: Naturvårdsverket

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Högsta domstolen — Uitlegging van artikel 16, leden 3 en 4, van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275, blz. 32) — Sancties waarin de richtlijn voorziet — Verplichting voor de exploitant die niet uiterlijk 30 april van ieder jaar een voldoende hoeveelheid emissierechten inlevert, een boete te betalen, ook wanneer de niet-inlevering is te wijten aan een verzuim, een administratieve vergissing of een technisch probleem — Al dan niet mogelijkheid tot kwijtschelding van de boete of vermindering van het bedrag ervan

Dictum

1)

Artikel 16, leden 3 en 4, van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat de exploitant die uiterlijk 30 april van het lopende jaar de emissierechten voor het kooldioxide-equivalent dat overeenkomt met zijn emissies in het voorgaande jaar niet heeft ingeleverd hoewel hij op die datum over een voldoende aantal emissierechten beschikt, ontkomt aan de daarin vastgestelde geldboete wegens overmatige emissie.

2)

Artikel 16, leden 3 en 4, van richtlijn 2003/87 moet aldus worden uitgelegd dat de nationale rechter het bedrag van de forfaitaire boete waarin deze bepaling voorziet, niet kan wijzigen op grond van het evenredigheidsbeginsel.


(1)  PB C 184 van 23.6.2012.