|
31.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 252/12 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 juli 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Grondwettelijk Hof — België) — Fédération des maisons de repos privées de Belgique (Femarbel) ASBL/Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad
(Zaak C-57/12) (1)
(Richtlijn 2006/123/EG - Materiële werkingssfeer - Diensten van gezondheidszorg - Sociale diensten - Centra voor dag- en nachtopvang die bejaarden hulp en verzorging verstrekken)
2013/C 252/19
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Grondwettelijk Hof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Fédération des maisons de repos privées de Belgique (Femarbel) ASBL
Verwerende partij: Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Grondwettelijk Hof — Uitlegging van artikel 2, lid 2, sub f en j, van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376, blz. 36) — Materiële werkingssfeer — Diensten van de gezondheidszorg — Sociale diensten — Insluiting van centra voor dagopvang die bejaarden ondersteuning en verzorging verstrekken die is aangepast aan hun verlies aan autonomie — Insluiting van centra voor nachtopvang die bejaarden hulp en zorg verstrekken waarvoor hun naastbestaanden niet constant kunnen instaan
Dictum
|
1) |
Artikel 2, lid 2, sub f, van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt moet aldus worden uitgelegd dat de uitsluiting van diensten van de gezondheidszorg van de werkingssfeer van deze richtlijn elke activiteit omvat die beoogt de gezondheid van patiënten te beoordelen, te bewaren of te verbeteren, voor zover deze activiteit wordt uitgeoefend door gezondheidswerkers die overeenkomstig de wetgeving van de betrokken lidstaat als zodanig zijn erkend, en dit ongeacht de organisatie, de wijze van financiering en de publieke dan wel particuliere aard van de instelling waarin de zorg wordt verstrekt. Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of de centra voor dagopvang en de centra voor nachtopvang, gelet op de aard van de in deze centra door gezondheidswerkers verrichte activiteiten en afhankelijk van de vraag of deze activiteiten een hoofdbestanddeel van de door deze centra aangeboden diensten vormen, van de werkingssfeer van deze richtlijn zijn uitgesloten. |
|
2) |
Artikel 2, lid 2, sub j, van richtlijn 2006/123 moet aldus worden uitgelegd dat de uitsluiting van sociale diensten van de werkingssfeer van deze richtlijn zich uitstrekt tot elke activiteit betreffende met name de hulp en bijstand aan bejaarden, voor zover deze wordt verstrekt door een particuliere dienstverrichter die door de staat is gemachtigd door middel van een besluit dat op duidelijke en transparante wijze een werkelijke verplichting oplegt om, onder eerbiediging van bepaalde specifieke uitoefeningsvoorwaarden, dergelijke diensten te verrichten. Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of de centra voor dagopvang en de centra voor nachtopvang, gelet op de aard van de hulp- en bijstandsactiviteiten voor bejaarden die deze centra als hoofdactiviteit verrichten en hun status zoals die uit de toepasselijke Belgische regelgeving voortvloeit, van de werkingssfeer van deze richtlijn zijn uitgesloten. |