9.11.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 325/6


Arrest van het Hof (Derde kamer) van 12 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Østre Landsret — Denemarken) — The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs/Sunico ApS, M & B Holding ApS, Sunil Kumar Harwani

(Zaak C-49/12) (1)

(Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Artikel 1, lid 1 - Werkingssfeer - Begrip „burgerlijke en handelszaken” - Zaak aanhangig gemaakt door overheidsorgaan - Schadeloosstelling wegens deelneming aan belastingfraude door derde, die zelf niet btw-plichtig is)

2013/C 325/08

Procestaal: Deens

Verwijzende rechter

Østre Landsret

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs

Verwerende partijen: Sunico ApS, M & B Holding ApS, Sunil Kumar Harwani

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing – Østre Landsret – Uitlegging van artikel 1 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 12, blz. 1) – Werkingssfeer – Al dan niet uitgestrekt tot een schadevordering wegens niet-betaling van belasting over de toegevoegde waarde, door de belastingdienst van een lidstaat tegen in een andere lidstaat gevestigde ondernemingen en woonachtige natuurlijke personen ingediend op basis van samenspanning tot het plegen van fraude („unlawful means conspiracy”), dat valt binnen het recht betreffende de buitencontractuele aansprakelijkheid („tort”)

Dictum

Het begrip „burgerlijke en handelszaken” in artikel 1, lid 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat daaronder valt een vordering waarmee een overheidsorgaan van een lidstaat van in een andere lidstaat gevestigde rechtspersonen en natuurlijke personen vergoeding vordert van schade die is veroorzaakt door samenspanning tot het plegen van fraude ter ontduiking van in de eerste lidstaat verschuldigde btw.


(1)  PB C 118 van 21.4.2012.