17.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 370/20


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale di Genova (Italië) op 21 oktober 2011 — Mattia Manzi, Compagnia Naviera Orchestra/Capitaneria di Porto di Genova

(Zaak C-537/11)

2011/C 370/32

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Tribunale di Genova

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Mattia Manzi, Compagnia Naviera Orchestra

Verwerende partij: Capitaneria di Porto di Genova

Prejudiciële vragen

1)

Moet artikel 4 bis van richtlijn 1999/32/EG (1), zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/33/EG (2), vastgesteld ingevolge de inwerkingtreding van bijlage VI bij het MARPOL-Verdrag en gelet op het internationale rechtsbeginsel van goede trouw alsook het beginsel van loyale samenwerking tussen de Gemeenschap en de lidstaten, aldus worden uitgelegd dat de in dat artikel vastgestelde maximumwaarde van 1,5 % m/m voor het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen niet van toepassing is op schepen die varen onder de vlag van een derde land dat verdragspartij is bij het MARPOL-Verdrag 73/78, wanneer die schepen zich bevinden in de haven van een lidstaat die zelf ook verdragspartij bij bijlage VI bij het MARPOL-Verdrag 73/78 is?

2)

Indien artikel 4 bis [van] richtlijn 1999/32/EG, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/33/EG, niet in de sub 1 beschreven zin moet worden uitgelegd, is dit artikel dan, voor zover het voorziet in een maximumwaarde van 1,5 % m/m voor het zwavelgehalte van brandstof die wordt gebruikt door passagiersschepen die een geregelde dienst onderhouden van of naar een haven in de Gemeenschap, ook indien deze schepen onder de vlag varen van een derde land dat verdragspartij is bij bijlage VI bij het MARPOL-Verdrag, krachtens welk verdrag buiten de SECA-gebieden een maximumwaarde van 4,5 % m/m voor dit zwavelgehalte geldt, onwettig wegens strijdigheid met het internationale rechtsbeginsel „pacta sunt servanda” alsook met het beginsel van loyale samenwerking tussen de Gemeenschap en de lidstaten, aangezien het de lidstaten die bijlage VI hebben gesloten en bekrachtigd, ertoe dwingt om de verplichtingen die zij hebben ten aanzien van de andere staten die verdragspartij bij bijlage VI bij het MARPOL-Verdrag 73/78 zijn, te schenden.

3)

Moet het begrip „geregelde dienst” van artikel 2, lid 3, sub g, van richtlijn 1999/32/EG, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/33/EG, aldus worden uitgelegd dat ook cruiseschepen vallen onder de categorie van schepen die een „geregelde dienst” onderhouden?


(1)  PB L 121, blz. 13.

(2)  PB L 191, blz. 59.